**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8, wordt een vergunning als bedoeld in artikel 4.1 geweigerd indien:
ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beinvloed of dreigt te worden beïnvloed;
de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;
er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid Vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
de exploitant of een of meer beheerders van het bedrijf binnen drie jaar vóór de indiending van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken.
**2..** De vergunning als bedoeld in artikel 4.1 kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf
Artikel 4.2
Weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening openbare orde en veiligheid