Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › Paragraaf

Artikel 4.21

Speelgelegenheden

Onderdeel van Verordening openbare orde en veiligheid

1.. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te (laten) exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op: speelautomatenhallen als bedoeld in artikel 4.23 juncto artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen; speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van de kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen; en speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als in artikel l, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten 2.. Aanvullend op artikel 1.8 weigert de burgemeester de vergunning als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid. 3.. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel