Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5 › Paragraaf

Artikel 5.3

Plakken en kladden

Onderdeel van Verordening openbare orde en veiligheid

1.. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. 2.. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te (laten) plakken, op andere wijze aan te (laten) brengen of met kalk, krijt, teer of een kleur dan wel verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te (laten) brengen. 3.. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing als wordt gehandeld bij of krachtens wettelijk voorschrift. 4.. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. 5.. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. 6.. Het college kan algemene of nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen. 7.. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering onmiddellijk ter inzage af te geven.

Rechtspraak bij dit artikel