**1..** Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen.
**2..** Onder een belanghebbendenplaats wordt verstaan een parkeerplaats die:
is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of
gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E10 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd.
**3..** Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig als deze:
woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn, of
een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn en aantoont dat het in het belang van diens beroeps of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren.
**4..** De eigenaar of houder van een motorvoertuig die voldoet aan beide in het tweede lid gestelde voorwaarden wordt, voor wat betreft de eerste aangevraagde vergunning, geacht te voldoen aan de onder a genoemde voorwaarde.
**5..** Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan één of meer van de in het tweede lid genoemde voorwaarden.
**6..** In aanvulling op artikel 1.4 kunnen aan de vergunning voorschriften worden verbonden met betrekking tot:
de te gebruiken parkeerplaatsen;
de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is, en
bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.
HOOFDSTUK 6 › Paragraaf
Artikel 6.9
Vergunning
Onderdeel van Verordening openbare orde en veiligheid