**1..** Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf dan wel in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
**2..** De burgemeester kan bij schending van de zorgplicht in het eerste lid aan de overtreder een last onder bestuursdwang of onder dwangsom opleggen. De burgemeester oefent de bevoegdheid uit als de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan. Daarbij kan hij aanwijzingen geven over wat de overtreder moet (laten) doen om verdere schending te voorkomen.
**3..** Een sanctie als bedoeld in lid 2 kan een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf. Het verbod geldt voor een periode van tien dagen. De artikelen 2, tweede lid, en vierde lid, aanhef en onder a en b, 5, 6, 8, eerste lid, aanhef en onder a en b, 9 en 13 van de Wet tijdelijk huisverbod zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de burgemeester bij ernstige vrees voor verdere overtreding de looptijd van het verbod kan verlengen tot ten hoogste vier weken.
**4..** De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke:
geluid of geurhinder;
hinder van dieren en/of ongedierte;
hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;
overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;
intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.
HOOFDSTUK 5 › Afdeling 1.
Artikel 5.2
Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
Onderdeel van Verordening openbare orde en veiligheid