Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Beëindigingsgronden

Onderdeel van Beleidsregels Schuldhulpverlening 2021

Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien: i. het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond; ii. de cliënt zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden; iii. op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan betrokkene is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen; iv. belanghebbende zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt; v. de cliënt niet in staat is zijn eigen financiën te beheren en passende hulp door hem wordt geweigerd; vi. de geboden hulpverlening, door hoger geprioriteerde hulpverlening aan de cliënt, niet (langer) passend is; vii. de schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht; viii. de cliënt de verplichtingen als bedoeld in artikel 4 lid 1 en 2 niet of onvoldoende nakomt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel