**1..** Binnen de gemeente worden de afschrijvingstermijnen gehanteerd zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze verordening.
**2..** Het college van B&W kan voorstellen aan de raad voorleggen tot wijziging van deze afschrijvingstermijnen. Deze wijzigingen worden opgenomen in een geactualiseerde bijlage afschrijvingstermijnen die tegelijkertijd door de raad opnieuw wordt vastgesteld. De bijlage bij deze verordening kan zo worden geactualiseerd.
**3..** De standaard afschrijvingsmethode binnen de gemeente is annuïtair. Het college kan bij individuele investeringsvoorstellen gemotiveerd afwijken van deze methode en werkt deze mogelijkheid uit in de nota waardering vaste activa, afschrijving en rente en houdt hierbij de richtlijnen uit het BBV in acht.
**4..** Alle investeringen worden geactiveerd, met uitzondering van kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde.
**5..** Bij afschrijvingen op investeringen wordt geen rekening gehouden met een restwaarde van het activum.
**6..** De afschrijving op investeringen start op 1 januari van het boekjaar volgend op het jaar waarin het actief gereed komt dan wel verworven wordt.
**7..** Bij het afschrijven op investeringen wordt de componentenbenadering toegepast.
**8..** Voor investeringen wordt de jaarlijks vastgestelde rekenrente gehanteerd. Bij investeringen met projectfinanciering wordt het rentepercentage van de financiering gehanteerd. Bij verstrekte leningen met aparte financiering wordt het rentepercentage van de financiering met een (wettelijk vereiste) opslagpercentage gehanteerd. Het college van B&W werkt hiervoor nadere richtlijnen uit.
**9..** Investeringen met een economische levensduur van drie jaar of minder en/of een aanschafwaarde lager dan € 10.000 excl. BTW worden niet geactiveerd maar ineens ten laste van de exploitatie gebracht. Bij de aanschaf van activa in bulk geldt de totaalprijs als aanschafwaarde. Uitzondering vormen de gronden en terreinen. Deze worden altijd geactiveerd.
**10..** Kosten voor het afsluiten van geldleningen en een saldo voor agio of disagio worden direct ten gunste/ laste van de exploitatie gebracht.
**11..** Het College werkt de bovenstaande vastgestelde uitgangspunten voor het investeringsbeleid verder uit in een nota waardering vaste activa, afschrijving en rente. Deze nota wordt eens in de vier jaar opgesteld en ter kennisgeving aan de Raad gestuurd.
**12..** Deze nota bevat minimaal:
het afwegingskader voor en de financiering van investeringen;
criteria voor het activeren van activa;
criteria voor het waarderen van en afschrijven op activa;
uitwerking renteberekening en toerekening rente aan activa;
interne regels rondom verantwoording van investeringen in de producten van de Planning en Controlcyclus;
procedures rondom afsluiten van kredieten en het overhevelen van de kredieten naar het volgende begrotingsjaar.
Hoofdstuk 3.
Artikel 9.