**1..** De vergunningplicht rust op degene of degenen die baten ontvangen uit de exploitatie van eenseksinrichting terwijl geen sprake is van een economisch gelijkwaardige tegenprestatie.
**2..** Indien uit een aanvraag van een onderneming, uit de daarbij overgelegde gegevens of uit hetgeenoverigens bij de gemeente bekend is, blijkt dat er aanleiding is tot een vermoeden dat een of meerderden, die die niet de vergunning hebben aangevraagd, ten laste van de exploitatie van de on-derneming waartoe de seksinrichting behoort, baten ontvangen die economisch niet gelijkwaardig kunnen zijn aan door deze derde aan de aanvrager te leveren prestaties, vindt in het kader vande beoordeling van de aanvraag onderzoek plaats naar de economische verhouding tussen de aanvrager en deze derde(n);
**3..** Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien na verlening van een vergunning aanleiding ontstaat tot het vermoeden dat de houder van een vergunning (financiële) of anderszins op geld waardeerbare verplichtingen zal hebben of krijgen jegens een of meer derden die economisch niet gelijkwaardig zijn aan door deze derden aan de vergunninghouderte leveren prestaties.
**4..** Het onderzoek naar de economische verhouding tussen de aanvrager respectievelijk vergunning-houder en derden vindt in beginsel plaats op de wijze die in deze beleidsregel is beschreven.
Artikel 2
Bepaling vergunningplichtige(n)
Onderdeel van Beleidsregel voor de bepaling van de vergunningplicht voor seksinrichtingen gemeente Utrecht