**1..** In alle gevallen waarin bij de voorbereiding van een besluit de economische verhouding tussen de aanvrager en derden in beschouwing wordt genomen aan de hand van marktprijzen, die zijn of zullen ontstaan als gevolg van een vraag-/aanbodverhouding, wordt het economisch effect daarop van het in de verordening gelimiteerde vergunningstelsel buiten beschouwing gelaten.
**2..** Indien bedrijfsmiddelen die kunnen worden gekwalificeerd als materiële of immateriële vaste activa door een derde aan de aanvrager beschikbaar worden gesteld tegen een geldelijke of op geld waardeerbare tegenprestatie die:
hoger is dan de naar bedrijfseconomische maatstaven berekende kosten van de beschikbaar-stelling daarvan, verhoogd met een opslag van 15%;
ofwel die hoger is dan 15% van de waarde daarvan in het economisch verkeer bij volledige eigendomsoverdracht tussen van elkaar onafhankelijke partijen die ieder de keuze hebben tussen een zodanig aantal gegadigden/aanbieders en objecten dat deze niet individueel instaat zijn in overwegende mate de marktprijs van een object te beïnvloeden,
zal het bestuursorgaan aannemen dat sprake is van een niet economisch gelijkwaardige tegenprestatie in de zin van artikel 3:1 onder h. van de verordening.
**3..** In geval de door de aanvrager aan een derde verschuldigde tegenprestaties de volgens het tweede lid vastgestelde limieten te boven gaan zal het bestuursorgaan er van uit gaan dat deze derde baten ontvangt ten laste van de exploitatie waar geen economisch gelijkwaardige tegenprestatie tegenoverstaat.
Artikel 4
Beoordelingsmaatstaven
Onderdeel van Beleidsregel voor de bepaling van de vergunningplicht voor seksinrichtingen gemeente Utrecht