Naar hoofdinhoud
1.. Indien uit de toetsing van artikel 5 lid 1 van deze verordening blijkt dat het burgerinitiatief voldoet aan de gestelde eisen, dan wordt het in de eerstvolgende raadsvergadering voorgelegd aan de gemeenteraad. 2.. Indien het burgerinitiatief geagendeerd wordt heeft de initiatiefnemer of zijn plaatsvervanger de mogelijkheid het voorstel mondeling in de raadsvergadering nader toe te lichten in maximaal twee termijnen. 3.. De gemeenteraad kan besluiten dat het burgerinitiatief verder uitgewerkt wordt en stelt het initiatief hiervoor in handen van het college. 4.. Indien de gemeenteraad besluit dat een initiatief verder uitgewerkt wordt, wordt tevens een afdoeningstermijn gesteld. 5.. De initiatiefnemer wordt door de griffier ingelicht over de vervolgstappen inzake de uitwerking van het burgerinitiatief. 6.. De gemeenteraad neemt, binnen de afgesproken afdoeningstermijn een besluit over het voorstel van het college over het burgerinitiatief. 7.. Na uitwerking besluit de gemeenteraad of ingestemd kan worden met het uitgewerkte burgerinitiatief. 8.. Indien niet met het burgerinitiatief wordt ingestemd, is er sprake van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep open staat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel