Naar hoofdinhoud
1.. Onder ‘woning’ verstaat het college: de plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft. Met andere woorden, de plaats van waaruit de leerling de school bezoekt. In deze is het niet relevant in welke gemeente de ouders en/of de leerling staan ingeschreven. 2.. Niet ter zake doet of de ouders, voogden of verzorgers in de gemeente hun officiële verblijf hebben in de zin van de artikelen 10 en verder van Boek I van het Burgerlijk wetboek. Dit betekent dat als een leerling tijdelijk in een andere gemeente verblijft, de ouders in deze andere gemeente (in het algemeen) bekostiging van de vervoerkosten van deze leerling aanvragen. 3.. Indien een leerling bij pleegouders c.q. in een internaat verblijft buiten de eigen gemeente dan wordt bij de gemeente waarin de leerling structureel verblijft leerlingenvervoer naar zijn/haar school worden aangevraagd. De gemeente waarin de ouders verblijven vragen dan weekeind- of vakantievervoer aan zodat het kind op de vrijdagmiddag naar ouders vervoerd wordt en maandag van ouders naar school, c.q. internaat of pleegouders. 4.. Op het moment dat er sprake is van structureel logeren (bijvoorbeeld 1 of 2 etmalen) bij een pleeggezin of op een zorgboerderij, is er geen sprake van feitelijk verblijf.

Rechtspraak bij dit artikel