Naar hoofdinhoud
1. . Uitgangspunt van het aangepast vervoer is dat de leerling veilig te vervoeren is en daartoe in staat is. 2. . Het college verstrekt een voorziening in de vorm van aangepast vervoer indien de leerling de veiligheid van medeleerlingen en de chauffeur in het aangepast vervoer niet in gevaar brengt. 3. . Bij onaanvaardbaar wangedrag legt het college maatregelen op. Doel van de maatregelen is om ouders en leerlingen te wijzen op hun verantwoordelijkheid om gedragsproblemen op te lossen. De ondernomen acties worden in het dossier van de betreffende leerling vastgelegd. 4. . Onaanvaardbaar wangedrag betreft gedrag van zowel een leerling of een ouder zoals vermeld in artikel 26a van deze beleidsregels.

Rechtspraak bij dit artikel