Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.
In deze regeling wordt verstaan dat:
Aanvrager: (pleeg)ouder van een kind geregistreerd als inwoner van de gemeente Gooise Meren in de leeftijd van 0 tot 18 jaar;
Co-ouderschap: een ouder die aantoonbaar minimaal 3 dagen per week de zorg voor het kind heeft; de andere ouder voert geen gezamenlijke huishouding met de ouder die het Kinder- en Jeugdbudget aanvraagt;
Indirecte schoolkosten: uitgaven die verband houden met het volgen van basis-, voorgezet of middelbaar (beroeps)onderwijs voor een schoolgaand kind van 4 tot 18 jaar. Dit geldt voor kosten die niet worden vergoed op basis van een rijksregeling;
Jaar: periode die loopt van 1 juli tot en met 30 juni van het volgende kalenderjaar;
Laag inkomen: maximaal 120 procent van de geldende bijstandsnorm. De kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de Participatiewet wordt daarbij niet toegepast;
Maatschappelijke participatie: het deelnemen aan activiteiten die met school verband houden, sportieve, sociale of culturele activiteiten, de betaling van een identiteitskaart en bestedingen die in overleg met de minimaspecialist worden toegekend en behoren tot de categorie ‘open’;
Minimaspecialist; de medewerker, werkzaam bij de gemeente, die de behandelaar is van de aanvraag van het Kinder- en Jeugdbudget;
Pleegouder: persoon die een jeugdige die niet zijn kind of stiefkind is, als behorende tot zijn gezin verzorgt en daartoe een pleegcontract als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid van de Jeugdwet, heeft gesloten met een pleegzorgaanbieder;
Zelfstandige; de persoon die voldoet aan de omschrijving van artikel 1, onder b, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;
Zelfstandige huisvesting: plaats om te wonen waar aantoonbaar huur, onderhuur of kostgeld wordt betaald aan personen die niet behoren tot verwanten in de eerste graad van de aanvrager;
Zorginstellingen: instellingen voor personen die een geestelijke beperking hebben, slecht zien of die slecht kunnen horen, verzorgings- of verpleeghuizen, gezinsvervangend tehuizen en Regionale Instellingen voor Beschermd Wonen.