Naar hoofdinhoud
Na iedere interne melding wordt door de ontvanger van de melding en in ieder geval (een vertegenwoordiger van) het slachtoffer besproken welke maatregelen tegen de veroorzaker worden genomen. Nagegaan wordt of de veroorzaker bij meer incidenten betrokken is geweest. Diverse teams (zoals Juridische Zaken, P&O, Veiligheid en Inspectie, en de arbo-coördinator) van de gemeente zijn hierbij beschikbaar voor ondersteuning. Al naar gelang de ernst van het grensoverschrijdend gedrag (en als sprake is van herhaald gedrag) kan de gemeente: de persoon verwijderen uit een gebouw/van een terrein; de persoon mondeling of schriftelijk waarschuwen; (tijdelijk) de dienstverlening beperken of (tijdelijk) de toegang ontzeggen tot de gemeentelijke gebouwen. De burgemeester en de college- en/of raadsleden zijn te allen tijde bevoegd een burger te verzoeken een gebouw te verlaten en mondeling de toegang tot een gebouw te ontzeggen. De ontzegging wordt schriftelijk bevestigd; de persoon oproepen voor een (orde‐ of herstel) gesprek met een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de gemeente over het ongewenste gedrag; het voorval melden bij de politie (als het gedrag niet strafbaar is, maar wel grensoverschrijdend, kan melding worden gedaan bij de politie, zodat het incident in ieder geval bekend is bij de politie); aangifte doen bij de politie (in geval van een strafbaar feit); andere maatregelen treffen, al naar gelang de omstandigheden. De maatregelen worden bij voorkeur binnen 48 uur na het incident getroffen en schriftelijk aangekondigd. Maatregelen kunnen worden toegepast na iedere (interne) melding.

Rechtspraak bij dit artikel