**1..** De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat ten minste de volgende kapitaalgoederen:
wegen en verharding;
riolering;
water;
groen;
gebouwen;
sportaccommodaties en –parken;
tunnels;
civiele kunstwerken (bruggen, kades, sluizen en oevers)
openbare verlichting en verkeerssystemen.
**2..** Van de kapitaalgoederen, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven:
de (actualiteit van de) beleidskaders ter beoordeling van de onderhoudsniveaus, waaronder de beheerplannen, met bijbehorende financiële prognoses;
de voortgang van het geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud per kapitaalgoed;
indien eventueel achterstallig onderhoud niet bekend is, welke stappen worden gezet om dat benodigde inzicht te verkrijgen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 23.