1.. De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat ten minste de volgende kapitaalgoederen:

  • - wegen en verharding;
  • - riolering;
  • - water;
  • - groen;
  • - gebouwen;
  • - sportaccommodaties en –parken;
  • - tunnels;
  • - civiele kunstwerken (bruggen, kades, sluizen en oevers)
  • - openbare verlichting en verkeerssystemen.

2.. Van de kapitaalgoederen, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven:

  • - de (actualiteit van de) beleidskaders ter beoordeling van de onderhoudsniveaus, waaronder de beheerplannen, met bijbehorende financiële prognoses;
  • - de voortgang van het geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud per kapitaalgoed;
  • - indien eventueel achterstallig onderhoud niet bekend is, welke stappen worden gezet om dat benodigde inzicht te verkrijgen.