**1..** Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij elke aanvraag voor (een wijziging van) een vergunning als bedoeld in:
artikel 3 en 30a van de Drank- en Horecawet (Drank- en Horecavergunning).
artikel 2.28 van de Algemene Plaatselijke Verordening (exploitatievergunning openbare inrichting of exploitatievergunning horeca c.q. exploitatievergunning coffeeshop).
artikel 2:39 van de APV en artikel 30b van de Wet op de kansspelen (speelautomatenvergunning).
artikel 3.3, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening (exploitatievergunning seksinrichting, escortbedrijf).
artikel 2:1 van de Kansspelenverordening (vergunning speelautomatenhal)
artikel 2:34g van de Algemene Plaatselijke Verordening (ondermijning)
**2..** indien er sprake is van nieuwe vestiging van een inrichting of bedrijf en/of
indien er sprake is van een overname of wijziging van een exploitant en/of
Een voorafgaande aanvraag door de vorige aanvrager is ingetrokken na aankondiging of uitvoering van een Bibob-toets;
Een voorafgaande aanvraag na aankondiging of uitvoering van een Bibob-toets is geweigerd of buiten behandeling is gesteld;
er op grond van:
eigen ambtelijke informatie, en/of
informatie verkregen van het Bureau of wanneer het Bureau een tip heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob en/of
informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of
vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob (OM-tip) en/of
overige signalen
vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene en/of zijn potentiele, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering.
Bovendien zal een eigen Bibob-onderzoek plaatsvinden als bij navraag door het bestuursorgaan bij het Bureau blijkt, dat over de aanvrager van een beschikking, betrokkene bij een (voorgenomen) vastgoedtransactie of betrokkene bij een overheidsopdracht, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Bureau (artikel 11a Wet Bibob). Indien advies is uitgebracht bericht het Bureau over de mate van gevaar zoals dat is opgenomen in het advies.
**3..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid zal het bestuursorgaan ten aanzien van paracommerciële instellingen en slijterijen in beginsel uitsluitend een Bibob-onderzoek starten, indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, sub e van deze beleidsregel.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1