**1..** In geval van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wabo of in geval van een reeds verleende vergunning als bedoeld in artikel 5.19 vierde lid onder b van de Wabo verricht het bestuursorgaan een Bibob-onderzoek, indien op grond van:
eigen ambtelijke informatie, en/of
informatie verkregen van het Bureau of wanneer het Bureau een tip heeft uitgebracht als bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob en/of
informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of
vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob (OM-tip) en/of
overige signalen
vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene (dan wel degene die op grond van artikel 2.20 van de Wabo met hem gelijkgesteld kan worden) en/of zijn potentiele, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het vorige lid, zal het bestuursorgaan in geval van een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wabo zal het bestuursorgaan in ieder geval een Bibob-toets uitvoeren indien:
de aanvraag betrekking heeft op een bouwsom hoger dan € 750.000,–;
de aanvraag betrekking heeft een minimum bouwsom van €25.000 en heeft betrekking op één of meer van de volgende risicocategorieën:
horeca- of seksbedrijven, coffeeshops en speelautomatenhallen;
smart-, head- en growshops;
belwinkels, internetcafe’s en gamecentre’s; en
kamerverhuurbedrijven, hotels, logies zoals logies van onzelfstandige woningen zoals kamers en etages met gedeelde voorzieningen in woongebouwen;
het toevoegen van voor zelfstandige bewoning geschikte ruimtes in een bestaande bouwwerken
sportscholen en fitnesscentra;
wellnessbranche (massage- en beautysalons, nagel- en zonnebankstudio’s);
kapsalons (niet in de vorm van aan huis gebonden beroep);
autobranche (autohandel, garages, lease- en verhuurbedrijven en autodemontage);
opkopers en handelaren in gebruikte of ongeregelde goederen;
verblijfsinrichtingen;
woonwagenterreinen;
woonruimte voor arbeidsmigranten;
afvalverwerkingsbedrijven;
recreatieterreinen;
religieuze instellingen;
vuurwerkbranche;
zorgbranche, zorgbureaus en pgb (persoonsgebonden budget)-bureaus;
zaken, verenigingen en/of bedrijven die verband houden met motorclubs, met name Outlaw Motorcycle Gangs;
branches of locaties waarvoor op grond van de APV een exploitatievergunning dient te worden aangevraagd, anders dan hierboven vermeld.
c.1 Bovenstaande opsomming van risicocategorieën is niet limitatief. Het college van burgemeester en wethouders kan deze lijst, indien nieuwe ontwikkelingen dit noodzakelijk maken, aanpassen.
c.2 Als een aanvrager in het tijdvak van één jaar, gerekend vanaf de eerste aanvraag vieraanvragen (of meer) doet voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten met een bouwsom van minder dan € 50.000,- (exclusief BTW), zal op de 4e aanvraag voor een omgevingsvergunning van dezelfde aanvrager een Bibob-toets plaatsvinden.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3