Naar hoofdinhoud
1.. Uitgangspunt is dat iedereen wordt geacht zelf te voorzien in de kosten van vervanging van gebruiksgoederen door reservering, dan wel een gespreide betaling achteraf (lening). 2.. Ook de helft van de individuele inkomenstoeslag, zoals bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet, geldt als reserveringsruimte. 3.. Het bedrag dat aan reservering aangewend moet worden is gelijk aan het normbedrag voor aflossing. Het normbedrag voor aflossing is opgenomen in de beleidsregel terugvordering 2015. 4.. Voordat bijstandsverlening aan de orde is moet vast staan dat een beroep op een voorliggende voorziening, zoals de Gemeentelijke Kredietbank, niet mogelijk is. 5.. Kosten van een eerste woninginrichting komen niet voor bijstandsverlening in aanmerking. Dit geldt eveneens als de betrokkene voorafgaand aan de aanvraag niet meer thuiswonend was, maar in een onzelfstandige woonruimte of bij anderen heeft verbleven. 6.. Voor duurzame gebruiksgoederen wordt een afschrijvingstermijn gehanteerd van 8 jaar, mits de bijstand uitdrukkelijk is verstrekt voor de aanschaf van nieuw goed. 7.. Bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt verstrekt als renteloze geldlening, tenzij er redenen zijn hiervan af te wijken.

Rechtspraak bij dit artikel