Naar hoofdinhoud
1.. De burgemeester bespreekt integriteitsmeldingen over een politieke ambtsdrager met de griffier en/of de gemeentesecretaris en/of de externe integriteitsdeskundige. Daar worden de meldingen gewogen en beoordeeld. 2.. De melder wordt door de burgemeester geïnformeerd over het resultaat van de beoordeling. 3.. Een integriteitsmelding wordt getoetst op: De aard van het feit; De ontvankelijkheid van de melding; De ernst van de zaak; De valideerbaarheid van feiten en omstandigheden; De positie of persoon van de bron en de persoon van de politieke ambtsdrager in kwestie De geloofwaardigheid/waarschijnlijkheid van signalen; De spoedeisendheid/actualiteit van de melding. 4.. De beoordeling wordt voorzien van een deugdelijke motivering en kan leiden tot één van de volgende conclusies: De schending betreft een te gering feit om onderzoek te rechtvaardigen. Als er sprake is van een dergelijke lichte schending, bespreekt de burgemeester dit (vertrouwelijk) met de betrokken politieke ambtsdrager; Er zijn onvoldoende aanwijzingen voor onderzoek. Als er onvoldoende aanwijzingen zijn om te constateren dat er sprake is van een integriteitsschending, bespreekt de burgemeester dit (vertrouwelijk) met de betrokken politieke ambtsdrager; Er is aanvullende informatie nodig. Als er niet genoeg informatie is om de eventuele schending te kunnen beoordelen is er vooronderzoek nodig. Dit vooronderzoek vindt plaats in opdracht van de burgemeester na afstemming met de griffie en/of de gemeentesecretaris; Er is een redelijk vermoeden van een strafbaar feit. Indien er (tevens) een redelijk vermoeden van een strafbaar feit bestaat, dient de burgemeester aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie. Na overleg met de Officier van Justitie worden alle beschikbare gegevens door de burgemeester ter beschikking gesteld aan Justitie. Na aangifte bepaalt de Officier van Justitie of nader onderzoek nodig is. Overheden mogen de resultaten van het onderzoek na verkrijging van de Officier van Justitie, gebruiken om het eigen onderzoek af te ronden. Een bestuursrechtelijk en strafrechtelijk onderzoek sluiten elkaar niet uit. Wel moet zoveel mogelijk voorkomen worden dat de onderzoekers onnodig in elkaars vaarwater komen of dat betrokkenen dubbel belast worden. Aan het strafrechtelijk onderzoek wordt veelal voorrang gegeven; Er is een ander traject van toepassing zoals een klachtenprocedure (het gaat bijvoorbeeld om onbehoorlijke bejegening); Er is een feitenonderzoek naar (mogelijke) integriteitsschendingen noodzakelijk. Integriteitsonderzoek is nodig om te beoordelen of signalen en/of vermoedens over schendingen van integriteit op waarheden en derhalve op redelijke gronden berusten. In overleg met de griffier en eventueel de gemeentesecretaris geeft de burgemeester opdracht tot het uitvoeren van een integriteitsonderzoek. De opdracht wordt verleend na overleg met de externe integriteitsdeskundige; Er dreigt een schending. Als er geen sprake is van schending, maar bijvoorbeeld een schending dreigt, dan wordt geen onderzoek verricht maar zal de burgemeester dit met de betreffende politieke ambtsdrager (vertrouwelijk) bespreken.

Rechtspraak bij dit artikel