**1..** Een kamervoorzitter bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting van de kamer waarop de belanghebbenden en het betrokken bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de kamer te doen horen.
**2..** Indien een kamervoorzitter besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het betrokken bestuursorgaan, onder vermelding van de redenen voor het niet-horen.
HOOFDSTUK 3
Artikel 11