**1..** De bevoegdheden op grond van de hierna genoemde bepalingen van de Awb worden uitgeoefend door de kamervoorzitters:
artikel 2:1, tweede lid (schriftelijke machtiging vragen);
artikel 6:6 en 7:24, derde lid, voor wat betreft het stellen van een termijn aan de indiener (herstellen van verzuim);
artikel 6:17, voor wat de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie betreft (verzending van stukken aan de gemachtigde);
de artikelen 7:3, 7:17 en 9:10 (afzien van horen);
artikel 7:4, eerste lid (indienen van stukken) en tweede lid (ter inzage leggen van stukken);
artikel 7:6, vierde lid (geheimhouding om gewichtige redenen bij het horen);
de artikelen 7:8 en 7:22 (horen van meegebrachte getuigen en deskundigen);
artikel 7:10, tweede lid (opschorting van beslistermijn).
**2..** Indien een kamervoorzitter gebruik maakt van het eerste lid draagt de secretaris zorg voor de correspondentie met belanghebbenden en het bestuursorgaan.
HOOFDSTUK 3
Artikel 8