Naar hoofdinhoud
Zoals eerder aangegeven ligt de wettelijk toebedeelde taak van de gemeente bij evenementen op het gebied van openbare orde en veiligheid. Dit vertaalt zich in een transparant proces rondom vergunningverlening, toezicht en handhaving. In het vergunningverleningsproces worden de plannen van organisatoren zorgvuldig getoetst en afgestemd met de betrokken hulpdiensten. Daar waar nodig worden er op basis van de risicoanalyse en de adviezen van de hulpdiensten (aanvullende) vergunningsvoorwaarden en voorschriften vastgesteld. Deze (aanvullende) vergunningsvoorwaarden kunnen zich richten op de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en milieubescherming. De organisator is verantwoordelijk voor de naleving van de gestelde vergunningsvoorwaarden om zo het evenement beheersbaar, veilig en ordelijk te laten verlopen. De gestelde voorwaarden gelden voor het gebied waar het evenement wordt georganiseerd en waar eventuele neveneffecten optreden. Het evenemententerrein wordt daarmee tijdelijk aan de openbaarheid onttrokken. Dit betekent dat er geen andere activiteiten kunnen plaatsvinden dan die welke in de vergunning onder de daartoe gestelde randvoorwaarden zijn toegestaan. De gemeente heeft daarbij de verantwoordelijkheid om toe te zien of de vergunningsvoorwaarden en voorschriften nageleefd worden en daar waar nodig handhavend op te treden. Uitgangspunt: Vertrouwen in de organisator Zowel in de begeleiding van organisatoren in het vergunningverleningstraject als bij toezicht en handhaving wil de gemeente Ermelo de balans tussen ambities en veiligheid in stand houden. Wij willen daarbij binnen de gestelde kaders organisatoren van evenementen voldoende lucht geven om initiatieven te kunnen ontplooien en evenementen te kunnen organiseren. Voor het toezicht- en handhavingsbeleid bij evenementen betekent dit dat de gemeente het vertrouwen in organisatoren heeft dat zij de vergunningsvoorwaarden en de andere op het evenement van toepassing zijnde regels naleven. De organisator krijgt de lucht en ruimte om zijn verantwoordelijkheid te nemen en te houden. De verantwoordelijkheid van de gemeente ziet op het toezicht op de naleving van de voorschriften van de vergunning en overige wet- en regelgeving. Op basis van de risicoanalyse en eerdere ervaringen met de organisator en het evenement wordt bepaald of en hoe de controle op de naleving van de vergunningsvoorwaarden wordt vormgegeven. Specifieke risico’s kunnen om een verhoogd alertheid en controle vragen. Het uitgangspunt is dat de organisator op de hoogte is van de voorwaarden die er gesteld zijn aan het evenement en de geldende wet- en regelgeving. Hierbij is het belangrijk om op te merken dat niet enkel de gemeente maar meerdere instanties zijn belast met het toezicht en/of de bevoegdheid hebben tot handhavend optreden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de Veiligheidsregio, de Omgevingsdienst of de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit. Ondanks deze bevoegdheid tot handhaving, die zij direct ontlenen uit mandaat, de wet of een verordening, stemmen zij waar nodig en noodzakelijk, dit af met de gemeente. In het kader van de integraliteit is het belangrijk dat wordt afgestemd of handhaving van een regel onevenredig nadelige gevolgen heeft voor andere aspecten. Voor adequaat toezicht en handhaving op evenementen hebben gemeente en overige toezichthoudende instanties daarom behoefte aan een kader waarbinnen kan worden gecontroleerd en zo nodig kan worden gehandhaafd. Deze kaders maken deel uit van het Handhavings- en uitvoeringsprotocol (HUP). Multidisciplinaire schouw risicovolle evenementen Voor aanvang van B- en C evenementen vindt een multidisciplinaire schouw plaats. De schouw is gericht op het constateren van veiligheidsrisico’s en is bedoeld om veiligheidsrisico’s te voorkomen. De diensten met toezichthoudende taken schouwen het terrein aan de hand van de gestelde vergunningsvoorwaarden. De gemeente is integraal verantwoordelijk voor het uitvoeren van de schouw samen met de betrokken diensten. De organisator wordt onmiddellijk geïnformeerd over knelpunten die tijdens de schouw aan het licht komen. De geconstateerde gebreken moeten voor aanvang van het evenement door de organisator worden opgelost. Lukt dit niet of zijn de gebreken dusdanig ernstig dat dit niet mogelijk is dan kan het evenement worden stilgelegd of beëindigd. Tijdens het evenement Op basis van het handhavingsprotocol houden de diensten met toezichthoudende taken toezicht tijdens het evenement. Wanneer overtredingen van vergunningsvoorschriften worden geconstateerd wordt als eerste gekeken of de overtreding ter plaatse kan worden opgelost. Lukt dit niet of onvoldoende, dan, wordt een bestuurlijke rapportage opgemaakt op basis waarvan de burgemeester kan handhaven. In sommige gevallen zullen diensten op basis van de eigen bevoegdheden direct optreden. Indien er handhavend opgetreden moet worden neemt de gemeentelijke toezichthouder of Boa contact op met een handhavingsjurist of met de ambtenaar openbare orde en veiligheid van de gemeente teneinde de Burgemeester te informeren. Handhavingsinstrumenten Als blijkt dat de organisator zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden kunnen er consequenties aan verbonden worden. Een maatregel kan variëren van een bestuurlijke waarschuwing tot onmiddellijke stillegging van het evenement. In eerste instantie wordt er na constatering van een overtreding eerst gewaarschuwd met het doel de situatie te herstellen. Afhankelijk van de aard en ernst van de geconstateerde overtreding of het niet nakomen van afspraken beslist de burgemeester, dan wel het college welke bestuurlijke maatregel passend is. De burgemeester, dan wel het college beschikt over diverse bestuurlijke instrumenten om de openbare orde en veiligheid te beschermen. Deze maatregelen zijn gebaseerd op de bevoegdheden van de burgemeester en van het college. De uitoefening van deze bevoegdheid kan in mandaat worden toebedeeld aan de gemeentelijke toezichthouders, de VNOG en ODNV. Daarnaast heeft de Politie haar eigen algemene bevoegdheden om op te treden bij gesignaleerde overtredingen en de specifieke bevoegdheid toezicht te houden op de inzet van verkeersregelaars. Een organisator die eerder of vaker de bepalingen in de Apv en de vergunningsvoorschriften overtreedt, kan het vertrouwen kwijtraken. De burgemeester kan afhankelijk van de omstandigheden besluiten dat een laatste waarschuwing gegeven wordt of dat een eerstvolgende aanvraag van die organisator wordt geweigerd. Zowel bij een waarschuwing als een weigering zal expliciet gemotiveerd worden waarom het vertrouwen in de organisator is opgezegd. Beoordelingstermijn voor overtredingen Een maatregel kan gevolgen hebben voor meerdere evenementen van één organisator. Wanneer een organisator bijvoorbeeld meerdere evenementen per jaar organiseert en er bij één van die evenementen ernstige overtredingen zijn begaan, kunnen er voor de andere evenementen van die organisator extra vergunningsvoorschriften opgesteld worden, dan wel kan de vergunning worden gewijzigd, ingetrokken of geweigerd. De termijn kan teruggaan tot maximaal twee jaar, hierbij worden alle bestuurlijke maatregelen van de afgelopen twee jaar in meegenomen. Proportionaliteit en subsidiariteit Een maatregel moet altijd voldoen aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. De maatregel mag niet verder strekken dan strikt noodzakelijk en bij de keuze uit verschillende bevoegdheden zal geen zwaardere bevoegdheid worden gebruikt dan welke op basis van redelijkheid gewenst is. Controlemetingen geluid De controlemetingen zijn gericht op het handhaven van de geluidniveaus bij de omliggende woningen zoals vooraf bepaald en vastgesteld in de evenementenvergunning. Hierbij zijn er de volgende aandachtspunten: Ter plaatse van een door derden bewoonde woning dient gehandhaafd te worden op de normering. Afhankelijk van de positionering van het podium zijn de maatgevende woning(en) vastgesteld. Indien er sprake is van een woning die behoort tot het evenement dan is deze als "bedrijfswoning" beschouwd en wordt hier niet getoetst. Voor de in voorliggende rapportage beschouwde locaties zijn de posities van de maatgevend meetpunten gegeven in de locatieprofielen (zie hoofdstuk 5 uit bijlage 1: Akoestische onderbouwing muziekevenementen gemeente Ermelo). een (blinde) gevel waarin zich geen ramen en deuren bevinden behoeft niet als beoordelingspunt beschouwd te worden. en (dove) gevel waarin zich geen te openen delen bevinden wordt wel als beoordelingspunt beschouwd, tenzij dit in een locatieprofiel anders is vastgelegd. Bij handhaving door of in opdracht van de gemeente wordt gebruik gemaakt van een type II geluidmeter die voor én na de metingen wordt geijkt. De metingen worden uitgevoerd volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 (HMRI). Er wordt geen bedrijfsduurcorrectie of toeslag voor muziekgeluid toegepast. Indien wordt gemeten met gevelreflectie (direct voor de gevel), moet 1 à 2 meter voor de voorgevel worden gemeten, en moet het gemeten niveau met 3 dB (i.v.m. gemeten reflectie) worden verlaagd. Om de controlemetingen bij handhaving eenvoudig te houden, wordt een meethoogte van 1,5 meter aangehouden. In sommige gevallen kan het voorkomen dat gemeten wordt voor een commerciële ruimte (kantoor, winkel e.d.) met woningen daarboven. In die gevallen wordt dus niet direct voor de gevel van de woning gemeten maar een aantal meter eronder. Uit het rekenmodel blijkt dat het niveauverschil op de begane grond en de eerste verdieping verwaarloosbaar is. Er hoeft dus geen correctie plaats te vinden. Er wordt een equivalente geluidniveau (Leq) gemeten: het energetisch gemiddeld geluidniveau gedurende een bepaalde beoordelingstijd, uitgedrukt in dB(A). Daarnaast wordt, indien mogelijk simultaan, op dezelfde wijze de dB(C) waarde gemeten. De handhaving dient plaats te vinden op het gemeten energetisch gemiddelde van de fluctuerende geluiddrukniveaus. De meetperiode bedraagt minimaal een halve minuut. Indien de meetwaarde na deze korte periode niet is gestabiliseerd (binnen +A 1 dB) dient de meting voortgezet te worden tot dit wel het geval is. Het dient te worden voorkomen dat stoorlawaai (bv. passerende auto's, spraakgeluid nabij meetpunt, stemgeluid van de bezoekers etc.) wordt meegenomen in de meting. In overleg met de gemeente kan er voor worden gekozen om tijdens de soundcheck voorafgaand aan een muziekevenement controlemetingen conform bovenstaande punten uit te voeren. De evenementenorganisatie kan op deze manier worden aangegeven tot welk niveau de installatie in werking mag zijn zodat nog aan de grenswaarden wordt voldaan. Hierdoor kan de evenementenorganisatie zelf de situatie onder controle houden en worden mogelijke overschrijdingen zo veel mogelijk voorkomen.

Rechtspraak bij dit artikel