Huishoudelijke ondersteuning (HO) is het geheel of gedeeltelijk overnemen van huishoudelijke activiteiten bij zorgvragers die deze niet of niet meer zelf kunnen (regelen). De ondersteuning beperkt zich tot dat wat noodzakelijk is voor de versterking of het behoud van de zelfredzaamheid en participatie. De ondersteuning gaat niet zo ver dat er rekening gehouden kan en moet worden met alle wensen van de cliënt, wat betreft bijvoorbeeld persoonlijke voorkeuren, smaak, luxe en gewoontes.
HO kan worden ingezet als er beperkingen zijn bij het voeren van een huishouden. De beperkingen kunnen een gevolg zijn van aandoeningen van somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aard dan wel ten gevolge van een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking. Ook een psychosociaal probleem kan ten grondslag liggen aan een indicatie HO.
In het onderzoek naar de mogelijke inzet van HO wordt gekeken naar wat de betrokkene zelf kan (doen/regelen) en welke ondersteuning zijn sociale netwerk kan bieden. De mate van zelfredzaamheid wordt onderzocht en gestimuleerd. Er wordt gekeken welke ondersteuning vanuit de gemeente (VraagWijzer) aanvullend noodzakelijk is. Ook wordt van betrokkene verwacht dat hij binnen de eigen mogelijkheden huishoudelijke werkzaamheden blijft doen. Opruimen van de woning is hierbij een belangrijk aandachtspunt zodat het schoonmaken efficiënt kan plaatsvinden.
In het toewijzingsdocument wordt aangegeven welke resultaatgebieden behaald moeten worden en welke activiteiten cliënt zelf kan uitvoeren met of zonder eigen netwerk. Het toewijzingsdocument maakt onderdeel uit van de beschikking. Cliënt en aanbieder maken samen afspraken hoe de invulling van de te bereiken resultaten vorm krijgt.
De gemeente onderscheidt zeven resultaatgebieden:
Een schoon en leefbaar huis.
Beschikken over schone kleding en bedden-en linnengoed.
Beschikken over gestreken representatieve kleding.
Beschikken over benodigde levensmiddelen.
Bereiden van een broodmaaltijd.
Bereiden van een warme maaltijd.
Organisatie van huishoudelijke taken.
Naast deze 7 resultaatgebieden hebben we ook twee overige modules.
Zorg voor de kinderen
Maatwerk extra tijd.
Hieronder worden de zeven resultaatgebieden en twee overige modules omschreven.
1. Een schoon en leefbaar huis
Om het resultaat van een schoon en leefbaar huis te kunnen behalen kan (gedeeltelijke) overname van schoonmaak activiteiten nodig zijn. Onder leefbaar wordt verstaan een opgeruimde en functionele leefruimte, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen.
Per huishouden worden de volgende ruimtes structureel schoongemaakt:
de huiskamer
de als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimte(s)
de sanitaire ruimte(s) (max. 1 badkamer en 2 toiletten)
de keuken
de hal met trap als deze aanwezig is
Overige en niet in gebruik zijnde ruimte(s) worden niet of incidenteel schoongemaakt.
Onder de niet frequente ruimtes worden die ruimtes in huis verstaan die gebruik worden door de cliënt, maar niet tot de reguliere ruimtes behoren. Denk bijvoorbeeld aan een hobby- of logeerkamer.
Het huis dient zodanig schoon en leefbaar te zijn dat geen vervuiling plaatsvindt en zo een algemeen aanvaardbaar basisniveau van een schoon en leefbaar huis wordt gerealiseerd. Dit betekent niet dat alle woonruimten wekelijks schoongemaakt moeten worden.
De aanwezigheid van dieren, uitgezonderd hulphonden, geven geen aanleiding voor het toekennen van aanvullende inzet.
Het schoonmaken of schoonhouden van buitenruimtes vallen buiten de reikwijdte van de HO. Het zemen van de ramen aan de buitenkant is hier een voorbeeld van.
Het onderhoud van de tuin, het uitlaten van huisdieren en overige activiteiten maken geen onderdeel uit van de HO. Dit geldt ook voor het verrichten van hand- en spandiensten zoals het ophangen van een lamp of het schoonmaken van verzamelingen.
In de tabellen 1 tot en met 6 in bijlage I worden alle structurele en incidentele schoonmaakactiviteiten weergegeven voor een schoon en leefbaar huis. Ook de uitvoeringsfrequentie is in deze tabellen opgenomen. Aan de hand van de persoonlijke situatie van cliënt wordt bepaald wat daadwerkelijk wordt overgenomen.
2. Beschikken over schone kleding en bedden-en linnengoed
Het doel van dit resultaat is dat de persoon beschikt over schone kleding. We spreken hier uitsluitend over de normale dagelijkse kleding inclusief textiel zoals handdoeken en beddengoed. De wasverzorging, zoals bedoeld binnen dit resultaatgebied, omvat het wassen, het drogen, opvouwen en opbergen / opruimen van de was. In het KPMG onderzoek zijn wasdroger, wasmachine en magnetron als voorliggend verondersteld. Het beschikken over een wasmachine is volgens het gemeentelijke beleid algemeen gebruikelijk.
In tabel 7 in bijlage I worden de activiteiten en frequentie bij dit resultaatgebied omschreven.
In de praktijk wordt ondersteuning in de was verzorging bijna altijd gecombineerd met resultaatgebied ‘een schoon en leefbaar huis’. Tijdens de looptijd van het wasprogramma kunnen andere of elders huishoudelijke ondersteuningsactiviteiten worden uitgevoerd.
3. Beschikken over gestreken representatieve kleding
Er wordt vanuit gegaan dat iedereen kan beschikken over strijkvrije bovenkleding. Wanneer dit in de individuele situatie niet zo is, kan er vanuit de huishoudelijke ondersteuning worden gestreken. Hierbij wordt alleen de representatieve boven kleding gestreken. Onderkleding (zoals sokken en ondergoed) en alle vormen van bad-, keuken-, en bed textiel worden niet gestreken.
In tabel 8 in bijlage I worden de activiteiten en frequentie bij dit resultaatgebied omschreven.
4. Beschikken over benodigde levensmiddelen
Vanuit de Wmo kan uitsluitend ondersteuning op dit resultaatgebied worden ingezet wanneer iemand niet in staat is om met eigen mogelijkheden (eigenkracht, vrijwilligers en netwerk) en met boodschappenservices te voorzien in de benodigde levensmiddelen. Het betreft hier uitsluitend levensmiddelen en schoonmaakmiddelen, die dagelijks of wekelijks gebruikt worden in elk huishouden. Grotere inkopen zoals kleding en duurzame gebruiksgoederen vallen hier niet onder. Uitgangspunt is dat de boodschappen geclusterd worden.
In tabel 9 in bijlage I worden de activiteiten en frequentie bij dit resultaatgebied omschreven.
5. Bereiden van een broodmaaltijd.
Het bereiden van een broodmaaltijd kan onder de huishoudelijke ondersteuning vallen wanneer iemand niet in staat is om hier op eigen kracht of met hulp van het netwerk in te voorzien. Als deze ondersteuning noodzakelijk is dan wordt er van uitgegaan dat eenmaal per dag de broodmaaltijden voor die dag worden klaargemaakt. Bij de beoordeling van de noodzaak dient ook te worden gekeken of cliënt bijvoorbeeld andere voorzieningen heeft die hierin kunnen ondersteuning kunnen bieden.
In tabel 10 in bijlage I worden de activiteiten en frequentie bij dit resultaatgebied omschreven.
Bereiden van een warme maaltijd.
Gelet op het aanbod van (warme) kant en klaar maaltijden is ondersteuning bij dit resultaatgebied in beginsel niet noodzakelijk. Wanneer door individuele situaties de eigen kracht, voorliggende wetgeving en de maaltijdservices niet toereikend zijn, kan het bereiden van de warme maaltijd onder de huishoudelijke ondersteuning vallen.
In tabel 11 in bijlage I worden de activiteiten en frequentie bij dit resultaatgebied omschreven.
Organisatie van huishoudelijke taken.
Bij dit resultaatgebied wordt cliënt zo veel mogelijk betrokken bij en gestimuleerd tot de uitvoering van huishoudelijke taken. Het geven van instructie en het aanleren van vaardigheden hoort hier ook bij. Dit is voor een beperkte tijdsduur noodzakelijk; namelijk tot cliënt in staat is om deze werkzaamheden zelf uit te voeren, of wanneer blijkt dat het niet haalbaar is gebleken dat hij de taken zelfstandig gaat uitvoeren. Dit kan voor, in eerste instantie, maximaal 3 maanden worden toegekend.
Soms is het nodig dat de regie van de organisatie van de huishoudelijke taken volledig wordt overgenomen. Dan kan dit ook langdurig worden ingezet. Maatwerk staat bij dit resultaatgebied voorop. In tabel 12 in bijlage I worden de activiteiten en frequentie bij dit resultaatgebied omschreven.
Zorg voor jonge kind(eren) binnen het gezin
Bij de zorg voor minderjarige kinderen gaat het om de dagelijkse, gebruikelijke hulp voor gezonde kinderen die tot het gezin behoren als beide ouders niet in staat zijn deze te leveren. Het betreft activiteiten als wassen en aankleden, hulp bij eten en/of drinken en een maaltijd voorbereiden. Het passen op kinderen valt niet onder dit resultaat.
De zorgbehoefte van gezonde kinderen in relatie tot het huishouden wordt hieronder weergegeven:
Leeftijd
Zorgbehoefte
0 tot en met 4 jaar
Moeten volledig verzorgd worden; aan- en uitkleden, eten en wassen.
Zijn tot 4 jaar niet zindelijk, hebben hulp nodig bij verschonen en eventuele toiletgang.
5 tot en met 11 jaar
Hebben toezicht nodig (en nog maar weinig hulp) bij aan- en uitkleden en wassen.
Zijn overdag zindelijk en ’s nachts merendeel ook.
Hebben toezicht nodig voor het maken van een broodmaaltijd. Het eten zelf gaat zelfstandig.
Hebben hulp nodig bij het maken van een warme maaltijd. Het eten zelf gaat zelfstandig.
12 tot en met 17 jaar
Hebben geen hulp (en maar weinig toezicht) nodig bij hun persoonlijke verzorging.
Hebben toezicht nodig bij het maken van een warme maaltijd.
Het is de verantwoordelijkheid van ouders/verzorgers om een oplossing te regelen, op tijden dat zij beiden niet in staat zijn om voor de kinderen te zorgen. Bij uitval van één van de ouders dient de andere ouder de zorg over te nemen. Hierbij wordt verwacht dat er maximaal gezocht wordt naar eigen oplossingen: zorgverlof, mantelzorg en andere voorliggende voorzieningen (zoals bijvoorbeeld kinderopvang).
Deze verantwoordelijkheid vervalt niet bij echtscheiding of beëindiging van de relatie. Er dient wel rekening gehouden te worden met de eventueel door de rechtbank vastgelegde afspraken.
Vanuit VraagWijzer kan ondersteuning worden geboden bij het zoeken naar eigen oplossingen bijvoorbeeld binnen het netwerk. Het is ook mogelijk om te onderzoeken of er door middel van bijvoorbeeld Buitenschoolse opvang of Sociaal Medische Indicatie (SMI) kinderopvang een oplossing gevonden kan worden.
De ondersteuning vanuit de Wmo op dit resultaatgebied is aanvullend op de eigen mogelijkheden en heeft vooral een taak in het bijspringen, zodat voor het gezin ruimte ontstaat om zelf een al dan niet tijdelijke oplossing te vinden.
In tabel 13 in bijlage I worden de activiteiten en frequentie bij dit resultaatgebied omschreven.
Maatwerk extra tijd
Het KPMG heeft normeringen opgesteld die in principe passend zijn voor alle cliënten. In het gemeentelijk beleid is ruimte om voor specifieke situaties van een cliënt één extra tijdsmodule toe te kennen. De volgende invloedsfactoren kunnen maken dat er meer ondersteuningstijd nodig is:
Het aantal bewoners, hun aanwezigheid in de woning en hun mobiliteit door de woning
Ernst van de problematiek bij cliënten c.q. de mate waarin cliënten zelf activiteiten kunnen uitvoeren of additionele aandacht vereist is i.v.m. vertrouwensband (GGZ-populatie).
Gezondheid van de cliënt:
Bij aandoeningen als astma en longemfyseem kan het zijn dat het huis zoveel mogelijk stofvrij moet zijn. Dit moet wel door een recent medisch onderzoek worden bevestigd.
Bij aandoeningen zoals incontinentie, ziektes (bv. Chemokuur of Norovirus) en fysieke beperkingen zoals veel knoeien met eten en drinken is soms extra was verzorging noodzakelijk.
d) Wijze van gebruik van het toilet (o.a. medische redenen)
e) Ernst van de problematiek bij cliënten c.q. de mate waarin zij niet in staat zijn om zelf op te ruimen.
De volgende tijdseenheden zijn van toepassing:
Beperkingen en belemmeringen cliënt:
Enige inzet 30 minuten per week
Veel extra inzet 60 minuten per week
Wijze van gebruik van het toilet o.a. medische redenen) 30 minuten per week.
Uitgaande van deze tijden worden aan deze module, op jaarbasis, de volgende tijden gekoppeld:
Enige inzet 26 uur gebaseerd op beperkingen en belemmeringen
Veel extra inzet 52 uur
Artikel 5
Omschrijving Huishoudelijke ondersteuning
Onderdeel van Beleidsregels Huishoudelijke ondersteuning (HO) 2021