10.1 Een aanvraag tot vaststelling wordt door de subsidieontvanger binnen 5 maanden na afloop van het betrokken kalenderjaar bij het College ingediend.
10.2 Een aanvraag tot vaststelling bevat in ieder geval:
a) een door een bevoegde functionaris van de subsidieontvanger ondertekende bestuursverklaring;
b) een overzicht van de uitgevoerde gesubsidieerde subsegment(en);
c) het op het betreffende kalenderjaar ziende jaardocument maatschappelijke verantwoording;
d) een financieel verslag met betrekking tot de gesubsidieerde subsegmenten van de subsidieontvanger;
e) een goedkeurende controleverklaring bij (de) financiële verantwoordingsinformatie, conform de uitwerking van het Ketenbureau I-Sociaal Domein en het “Landelijk accountantsprotocol financiële productieverantwoording Wmo en Jeugdwet”, tenzij in onderling overleg anders overeengekomen.
10.3 Indien de subsidieontvanger de aanvraag tot vaststelling niet of niet volledig binnen de hiervoor gestelde termijn indient, kan het College overgaan tot lagere vaststelling.
10.4 De subsidie wordt jaarlijks per boekjaar (van 1-1 tot en met 31-12) vastgesteld op basis van de werkelijke kosten en baten van de activiteiten waarvoor zij is verleend. Vaststelling vindt plaats uiterlijk op 1 juni van het jaar volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.
10.5 Indien de subsidieontvanger niet tijdig kan voldoen aan het bepaalde in dit artikel, stelt de subsidieontvanger het College voor het einde van de in artikel 1 genoemde termijn het College hiervan op de hoogte.
10.6 Het College kan uitstel verlenen voor de in artikel 1 genoemde termijn.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
De vaststelling
Onderdeel van Subsidieregeling ‘Specialistische Jeugdhulp in de buurt’ en ‘ WMO-hulp in de buurt ’ Gemeente Oude IJsselstreek 2021