Naar hoofdinhoud
Het college weigert een subsidie als er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat: a.. er over het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft geen sprake is van een tekort; b.. de aanvrager door een beroep te doen op algemene steunmaatregelen die vanuit de Rijksoverheid of de provincie beschikbaar zijn het exploitatietekort voldoende kan compenseren; c.. de aanvrager reeds een subsidie, huur- of kostenkwijtschelding heeft ontvangen en het exploitatietekort daarmee volledig wordt gecompenseerd; d.. het exploitatietekort geen direct gevolg is van de COVID-19 maatregelen; e.. het verzoek een individueel commercieel oogmerk heeft; f.. de aanvraag niet bijdraagt aan het bereiken van één of meer van de volgende doelstellingen: bescherming van de sociaal maatschappelijke infrastructuur; ondersteuning van de zelfredzaamheid van inwoners; g.. de aanvrager geen maatschappelijke organisatie is als genoemd in artikel 1.4; h.. de aanvrager voornemens is de activiteiten van de maatschappelijke organisatie binnen zes maanden na de aanvraag te staken; i.. de aanvrager bij de rechtbank surseance van betaling heeft aangevraagd; j.. er een faillissementsaanvraag tegen de aanvrager loopt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel