De verantwoording van het pgb door de budgethouder aan de Sociale Verzekeringsbank dan wel de gemeente vindt plaats:
voor hulp bij het huishouden, begeleiding en overige diensten: jaarlijks achteraf, er wordt gecontroleerd of de voorziening voldoende compenseert en op de juiste wijze wordt gebruikt;
voor woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen: na realisatie of aanschaf van de voorziening waarvoor het pgb is verstrekt.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2