Op grond van het BBV worden er vier soorten voorzieningen onderscheiden. Dit zijn ook de functies waarvoor voorzieningen kunnen worden ingezet. Het betreft een limitatieve opsomming. Voor andere doelen kunnen geen voorzieningen worden gevormd.
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s (BBV artikel 44 lid 1a en 1b). Het gaat om verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar redelijk in te schatten (zoals juridische claims in afwachting van een uitspraak van de rechter) en om lasten voortvloeiende uit op balansdatum bestaande risico’s waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten (zoals rechtsgedingen en reorganisaties).
Voorzieningen ter egalisatie van kosten, zoals onderhoudskosten (BBV artikel 44 lid 1c).
Voorzieningen voor de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, zoals riolen (BBV artikel 44 lid 1d).
Voorzieningen voor ontvangen middelen van derden die specifiek besteed moeten worden (BBV artikel 44 lid 2), met uitzondering van de van Nederlandse en Europese overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek doel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.
Kenmerken voorzieningen:
Onderdeel van vreemd vermogen
Bestemming kan niet worden aangepast
Storting via exploitatie (in begroting of via begrotingswijzging)
Onttrekking rechtstreeks ten laste van voorziening
Alleen aanwendbaar voor doel van de voorziening
Omvang moet wordt onderbouwd met beheerplannen of op andere wijze
Noodzakelijke omvang wordt bepaald door doel voorziening (controle door accountant)
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2