Het college stelt de redelijkheid en billijkheid zoals bedoeld in artikel 3 vast op grond van in ieder geval de volgende criteria:
a. de subsidieontvanger heeft kosten gemaakt;
b. de subsidieontvanger heeft aantoonbaar maximaal gestuurd om uitgaven te beperken en / of in-komsten te behouden;
c. de subsidieontvanger heeft maximaal gebruik gemaakt van voorliggende Rijks- of andere (bij-voorbeeld provinciale) regelingen en dit ligt vast in een verklaring;
d. het budget is eventueel alternatief aangewend en deze aanwending draagt bij aan de doelstelling van de organisatie, de gesubsidieerde activiteiten of het project;
e. de subsidieontvanger heeft het college tijdig op de hoogte gesteld van de wijzigingen;
f. commerciële activiteiten en / of variabele kosten worden buiten beschouwing gelaten.
Artikel 4
Invulling redelijkheid en billijkheid
Onderdeel van Beleidsregels Gemeentelijke subsidies en Coronacrisis Brummen