Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Huurprijsgrenzen

Onderdeel van Verordening doelgroepen woningbouw Den Haag 2021

1. . De aanvangshuurprijs voor sociale huurwoningen bedraagt maximaal het bedrag onder de grens zoals bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag. 2. . De aanvangshuurprijs voor middeldure huurwoningen bedraagt tenminste het bedrag zoals bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag en maximaal € 985 (prijspeil 2020). 3. . De in het eerste lid bedoelde aanvangshuurprijs en de in het tweede lid bedoelde minimale aanvangshuurprijs worden jaarlijks, per 1 januari, geïndexeerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 27, eerste lid van de Wet op de huurtoeslag. 4. . De in het tweede lid bedoelde maximale aanvangshuurprijs wordt jaarlijks, per 1 januari, geïndexeerd overeenkomstig de jaarmutatie van de CPI. 5. . De in tweede lid bedoelde maximale huurprijs wordt geïndexeerd zoals vastgelegd in het vierde lid van dit artikel, plus 1 procentpunt. 6. . De hoogte van de aanvangshuurprijs van sociale huurwoningen blijft vanaf de datum van eerste verhuur gedurende de instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 6, eerste lid, onder het maximale bedrag zoals genoemd in artikel 3, eerste lid. 7. . De hoogte van de aanvangshuurprijs van middeldure huurwoningen blijft vanaf de datum van eerste verhuur gedurende de instandhoudingstermijn, zoals genoemd in artikel 6, tweede lid binnen de bandbreedte genoemd in het artikel 5, eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel