Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Bekrachtiging door de raad: geldt voor alle stukken

Onderdeel van Leidraad geheimhouding Den Haag 2021

1. . De raad bekrachtigt alle stukken die onder geheimhouding aan commissies en raad zijn overgelegd in de eerstvolgende raadsvergadering, conform het bepaalde in de wet. 2. . Het college of de burgemeester draagt zorg voor tijdige aanlevering van het raadsvoorstel bekrachtiging geheimhouding. In dit voorstel is opgenomen tot wanneer de geheimhouding op een stuk blijft bestaan (expiratiedatum), dan wel op welk moment wordt beoordeeld of de geheimhouding kan worden opgeheven (evaluatiedatum). Een concept-raadsvoorstel bekrachtiging geheimhouding is aanwezig tijdens het fractievoorzittersoverleg. Het definitieve raadsvoorstel tot bekrachtiging geheimhouding wordt uiterlijk op woensdag om 13.00 uur op het RIS geplaatst. 3. . Is er tijdens het fractievoorzittersoverleg, of na ontvangst van het definitieve raadsvoorstel tot bekrachtiging geheimhouding, geen verschil van inzicht tussen fractievoorzitters en college dan wel burgemeester over de noodzaak tot bekrachtiging geheimhouding, dan wordt het voorstel tot bekrachtiging geheimhouding op de besluitenlijst van de raad geplaatst. 4. . Het volgende geldt indien er tijdens het fractievoorzittersoverleg, of na ontvangst van het definitieve raadsvoorstel tot bekrachtiging geheimhouding, twijfel bestaat over de noodzaak tot bekrachtiging geheimhouding van een van de stukken in het raadsvoorstel waarin bekrachtiging van de geheimhouding wordt voorgesteld. In dat geval wordt het voorstel tot bekrachtiging geheimhouding wel op de besluitenlijst van de raad geplaatst, en bekrachtigt de gemeenteraad de geheimhouding. Door middel van een stemverklaring benoemt de raad het punt waarover twijfel bestaat. In deze situatie stelt het college dan wel de burgemeester vervolgens een reactie op in de vorm van een raadsvoorstel, waarin wordt toegelicht waarom de geheimhouding moet voortduren, of komt het college dan wel de burgemeester met een raadsvoorstel tot opheffing van de geheimhouding als dit bij nader inzien alsnog mogelijk blijkt te zijn. 5. . Voor deze onder punt 4 genoemde stukken bereidt het college dan wel de burgemeester ook voor welke informatie met inachtneming van de Wob verstrekt kan worden, indien de raad toch besluit tot opheffing van de geheimhouding. 6. . De reactie als bedoeld onder punt 4 wordt zo spoedig mogelijk in een vertrouwelijk deel van een commissievergadering besproken. 7. . De reactie van het college dan wel de burgemeester is beschikbaar uiterlijk vóór de tweede raadsvergadering volgend op die waarin de geheimhouding als bedoeld onder punt 4 is opgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel