Zoals beschreven in onze visie willen we transformeren vanuit de inhoud, de financiële opgave is daarin niet leidend maar volgend. We kiezen ervoor om letterlijk bepaalde vormen van hulp te verschuiven, maar veronderstellen ook dat door de nieuwe aanpak op de lange termijn een (financiële) verschuiving van gespecialiseerde hulp en ondersteuning naar lichtere vormen en preventie zal ontstaan. Omdat de omvang van deze beweging zich moeilijk laat voorspellen zal de gemeente jaarlijks met de geselecteerde partners de omvang en de verschuiving van de geboden hulp (incl. de financiële consequenties) evalueren en bijstellen. Het onderstaande schema geeft weer hoe het lokale hulpnetwerk in Oude IJsselstreek er globaal uit komt te zien (figuur 1) en welke beweging we daarmee beogen.
Figuur 1: Globale uitwerking hulpnetwerk
De beweging waar we met de bestuursopdracht voor Wmo aan werken richt zich op domeinoverstijgend werken, waarmee we bedoelen dat de professional de ruimte krijgt om echt te doen wat nodig is vanuit de context waarin de hulpvraag is gesteld. De focus ligt op veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de inwoner en zijn omgeving zelf en niet op de ziekte of beperking. Dit wordt ook wel herstelvermogen (‘reablement’) genoemd en richt zich op het principe “inwoners helpen zichzelf en elkaar”, zodat zij beter kunnen omgaan met wat er gebeurt in hun leven. Professionals bevinden zich dichtbij inwoners in de kernen, zodat zij in staat zijn proactief te anticiperen op een hulpvraag. Zij richten zich op de meest effectieve interventie en niet waar deze interventie vanuit wordt georganiseerd (onafhankelijk van wetgeving Wlz. Wmo of Zvw, medisch/sociaal domein). De interventie richt zich op het geheel (de context) waarin de hulpvraag is gesteld en niet alleen op de hulpvraag. Mantelzorgers en inwoners zijn voor professionals gelijkwaardige gesprekspartners met een volwaardige inbreng. Door de nabijheid is de professional eerder in contact met de inwoner (en zijn/haar omgeving) en kan verergering van problemen worden voorkomen. Zo vergroten we ook de mogelijkheden van interventies en oplossingsrichtingen in het zogeheten voorliggend preventieve veld (nulde lijn).
In bovenstaande figuur is deze beweging weergegeven doordat de nieuwe manier van werken tussen gespecialiseerde hulp en voorliggende hulp plaatsen. De professionals hebben de autonomie om te bepalen of zij in staat zijn de benodigde ondersteuning te bieden of dat het beter is dat de inwoner wordt overgedragen aan een gespecialiseerde aanbieder. Zij maken een inhoudelijke afweging waarbij het gaat om wat de inwoner (en zijn omgeving) nodig heeft, los van duur en intensiteit van de ondersteuning.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.3
Welke beweging(en) beogen we met de visie en bestuursopdracht
Onderdeel van Selectieleidraad subsidietender ‘Wmo-hulp in de buurt’