De procedure die wordt gevolgd alvorens het besluit tot het opleggen van een gedragsaanwijzing wordt genomen, omvat in ieder geval de volgende stappen:
Eerste stap: Melding of signalering
Omwonenden, professionals uit het sociale domein, de zorg- of de justitiële keten, melden de woonoverlast bij de gemeente. De melder dient inzichtelijk te maken wat de precieze aard, ernst, duur en het herhaaldelijke karakter is van de woonoverlast, bijvoorbeeld in de vorm van verslagen, getuigenissen, meetresultaten en/of beeldmateriaal. Tevens dient de melder inzichtelijk te maken op welke manieren reeds is gepoogd om de woonoverlast tegen te gaan.
Tweede stap: Vaststellen, verificatie en beoordeling van de woonoverlast
Aan de hand van deze documenten of andere bewijsstukken wordt de woonoverlast zo mogelijk multi-disciplinair beoordeeld, waarbij in beeld wordt gebracht wat is ondernomen om deze overlast tegen te gaan en wat hiervan het resultaat was. De woonoverlast wordt naar zijn aard en duur aangetoond en geobjectiveerd op basis van feitelijke gegevens en informatie.
Derde stap: Samenstelling zaakdossier
Om rechtmatig een gedragsaanwijzing op te kunnen leggen dient de burgemeester te beschikken over de relevante documenten en andere bewijsstukken die het bestaan en de aard van de woonoverlast aantonen en die geschikt zijn om zijn beslissing te onderbouwen. Namens de burgemeester worden deze stukken samengebracht en geordend in een zaakdossier door de behandelend ambtenaar.
Tot de inhoud van een zaakdossier behoren onder andere:
meldingen;
gedocumenteerde waarnemingen als onder de eerste stap;
documenten uit de politiesystemen onder andere mutaties, processen-verbaal, (sfeer-)rapportages;
gespreksverslagen en verslagen van overleg;
stukken opgemaakt in het kader van (buurt)bemiddeling;
gedocumenteerde beoordelingen als bedoeld onder de tweede stap.
Vierde stap: Voorbereiding besluitvorming omtrent opleggen gedragsaanwijzing
De burgemeester neemt een beslissing inzake de toepassing van artikel 2:77 APV nadat hij daartoe een onderbouwd voorstel van de behandelend ambtenaar heeft ontvangen. Dit voorstel bevat tenminste:
een beschrijving van gedocumenteerde aard, omvang, ernst en duur van de woonoverlast;
een gedocumenteerde beoordeling waaruit blijkt dat het om ernstige en structurele woonoverlast gaat;
een onderbouwde verklaring dat elk ander relevant middel is geprobeerd om de woonoverlast tegen te gaan en dat dit geen of onvoldoende resultaat had;
een onderbouwde verklaring dat de gedragsaanwijzing een geschikt middel is om de woonoverlast te doen beëindigen en handhaving ervan praktisch uitvoerbaar is;
een concept gedragsaanwijzing.
Indien de burgemeester voornemens is om een gedragsaanwijzing op te leggen, waarschuwt hij de overtreder schriftelijk en stelt hij daarbij een hersteltermijn vast gedurende welke de woonoverlast moet stoppen en achterwege dient te blijven. In de waarschuwing staat beschreven wat de overtreder moet doen of moet nalaten om de overlast te beëindigen.
Een daadwerkelijk besluit tot opleggen van een gedragsaanwijzing wordt niet genomen dan nadat gebleken is dat de overtreder in gebreke blijft met het nakomen van zijn zorgplicht na het verstrijken van de hersteltermijn. Bij het opleggen van de gedragsaanwijzing wordt de betrokken gebruiker van de woning (overtreder) als belanghebbende op grond van art. 4:8 Awb in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze rondom het opleggen van de gedragsaanwijzing naar voren te brengen. Hierbij zal standaard een begunstigingstermijn van twee weken worden aangehouden, waarvan in bijzondere gevallen kan worden afgeweken. De burgemeester besluit vervolgens, na kennisneming van de zienswijze, om de gedragsaanwijzing al dan niet of in gewijzigde vorm op te leggen.
Het tijdelijk Huisverbod als bijzondere last
Een last onder bestuursdwang op grond van artikel 151d gemeentewet kan ook een tijdelijk huisverbod inhouden van in eerste instantie tien dagen, te verlengen tot vier weken. Een zodanig huisverbod wordt door de burgemeester pas overwogen indien eerder een gedragsaanwijzing is opgelegd die niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Van deze regel wijkt de burgemeester af indien op voorhand vaststaat dat geen gedragsaanwijzing kan worden opgelegd die voldoende effect sorteert en de burgemeester van oordeel is dat een tijdelijk Huisverbod het enige middel is om aan de ernstige en structurele woonoverlast een einde te maken.
Vijfde stap: Kostenverhaal
Uitgangspunt bij de toepassing van bestuursdwang is dat de kosten ervan voor rekening van de overtreder van de zorgplicht (2:77 APV) komen.
Artikel 6
– De procedure
Onderdeel van Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Eijsden-Margraten houdende regels omtrent gedragsaanwijzing voor woonoverlast