Naar hoofdinhoud
1.. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen samen meer bedraagt dan € 27.000,- wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 7 bepaalde afstand te boven gaan. 2.. Indien bij ouders, van een leerling die een basisschool zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoekt, een drempelbedrag in rekening wordt gebracht geldende daarvoor het volgende: voor het eerste kind uit het gezin wordt het geldenede drempelbedrag in rekening gebracht; voor het tweede kind uit het gezin wordt twee derde van het geldende drempelbedrag in rekening gebracht; voor het derde kind uit een gezin wordt één derde van het geldende drempelbedrag in rekening gebracht. Indien uit een gezin meer dan drie kinderen gebruik maken van een voorziening op basis van de verordening leerlingenvervoer, wordt voor drie kinderen een drempelbedrag in rekening gebracht. 3.. In geval burgemeester en wethouders in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgen dan wel doen verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 7 bepaalde afstand, als het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 27.000,-, tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 4.. De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 7 bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden. 5.. Het inkomensbedrag van € 27.000,- genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2021 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 27.000,-. 6.. Het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op: gehandicapte leerlingen; leerlingen die een speciale school voor basisonderwijs zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoeken; leerlingen met een toelaatbaarheidsverklaring van het samenwerkingsverband.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel