Naar hoofdinhoud
1.. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan in de gemeente waar de leerling zijn woning heeft, door indiening bij burgemeester en wethouders van een volledig ingevuld en door de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling ondertekend papieren of digitaal formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens. 2.. Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders de ouders of meerderjarige en handelingsbekwame leerling verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken. 3.. De gegevens voortvloeiend uit de aanvraag voor een vervoersvoorziening worden slechts gebruikt om de aanvraag te kunnen beoordelen en uitvoering te kunnen geven aan de vervoersvoorziening voor de leerling. 4.. Burgemeester en wethouders besluiten op de aanvraag conform de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht. 5.. Als een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze: wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; wanneer het aanbieden van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum. 6.. Ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling, die zijn aangeschreven door burgemeester en wethouders om vóór een bepaalde datum een aanvraag te doen voor leerlingenvervoer in de vorm van aangepast vervoer voor het aankomende schooljaar én deze aanvraag niet indienen binnen de door burgemeester en wethouders gestelde termijn kan het aangepast vervoer voor de duur van maximaal de eerste twee weken van het (aankomende) schooljaar geweigerd. Dit in afwijking van het bepaalde van artikel 3, vijfde lid, aanhef en onder b.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel