Naar hoofdinhoud
1. Beschikbare geldmiddelen zijn geldmiddelen waarover aanvrager beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. 2. Het betreft de beschikbare geldmiddelen van: a. De aanvrager en; b. de partner en/of; c. de persoon met wie aanvrager een gezamenlijke huishouding voert. 3. Onder beschikbare geldmiddelen wordt verstaan: a. contant geld; b. geld op betaal- en spaarrekeningen; c. cryptovaluta (zoals bitcoins); d. de waarde van effecten (hierbij gaat het om beleggingsrekeningen met aandelen, obligaties, en opties en effecten in depot).

Rechtspraak bij dit artikel