Naar hoofdinhoud
Voorafgaand aan een besluit van de burgemeester tot het toepassen van de sluiting worden de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze in te dienen over het voorgenomen besluit tot sluiting. Dit is anders als de spoedeisendheid zich hiertegen verzet. Belanghebbenden kunnen zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. Na het inwinnen van zienswijzen worden alle feiten en omstandigheden afgewogen ten opzichte van de wet- en regelgeving en deze beleidslijn. Vervolgens neemt de burgemeester een beslissing. Indien de belanghebbenden zich niet kunnen verenigen met het besluit van de burgemeester, dan staan hiertegen de gebruikelijke bestuursrechtelijke procedures open. Als de sluiting van een pand in beginsel noodzakelijk wordt geacht, dient vervolgens gekeken te worden of de sluiting ook evenredig is. Zaken die daarbij in ieder geval nadrukkelijk moeten worden meegewogen zijn de verwijtbaarheid en de gevolgen van de sluiting. Bij de sluiting van een woning (174a Gemeentewet) wordt de eventuele aanwezigheid van minderjarige kinderen meegewogen. Minderjarige inwonende kinderen worden bij sluiting beschermd door het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens. Dit houdt niet in dat er geen gebruik zal of kan worden gemaakt van de bevoegdheid tot sluiting, maar zal tezamen met andere omstandigheden in de belangenafweging worden meegewogen. In het bijzonder zal de mogelijkheid kinderen onder te brengen (laten informeren over geschikte opvang) met behoud van zoveel mogelijk sociaal ritme worden afgewogen. De aanwezigheid van minderjarige kinderen in een woning is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan van een sluiting moet worden afzien. Wel kan de aanwezigheid van minderjarige kinderen tezamen met andere omstandigheden maken dat niet in redelijkheid van de bevoegdheid gebruik kan worden gemaakt. Zo is het in het licht van artikel 8 van het EVRM en het Verdrag inzake de rechten van het kind wel van belang dat de burgemeester zich voldoende rekenschap geeft van het feit dat in een woning minderjarige kinderen wonen. In de motivering zal in ieder geval moeten worden betrokken waarom er een groter gewicht wordt toegekend aan de sluiting van de woning.

Rechtspraak bij dit artikel