De huidige bestemmingsplan systematiek in Smallingerland maakt het onbedoeld mogelijk dat woningen kunnen worden gebruikt voor kamerverhuur of zelfs kunnen worden gesplitst. Wanneer meer huishoudens in een woning verblijven die daarvoor niet is bedoeld neemt de kans toe dat hinderlijk gedrag voor de omgeving ontstaat, zoals parkeeroverlast en geluidsoverlast. Het is gewenst om als gemeente handvatten te hebben waaraan kamerverhuur en woningsplitsing getoetst kunnen worden. Zo behoud je als gemeente de goede ruimtelijke ordening en heb je duidelijke handhavingsinstrumenten.
Om een en ander verder uit te werken in de geldende bestemmingsplannen, is eerder de memo ‘Wonen in het bestemmingsplan’ opgesteld. De memo geeft gedetailleerd aan op welke manier de geldende bestemmingspannen moeten worden aangepast en is als bijlage bij de nota toegevoegd.
Een van de in de memo voorgestelde aanpassingen is het opnemen van een begrip ‘huishouden’ in de geldende bestemmingsplannen. Om hieraan inhoud te geven, wordt een paraplubestemmingsplan ‘Wonen in Smallingerland’ vastgesteld waarmee het begrip ‘huishouden’ aan de geldende bestemmingsplannen kan worden toegevoegd.
Het begrip ‘huishouden’ wordt dan als volgt gedefinieerd:
‘één of twee personen, al dan niet met hun biologische, geadopteerde, pleeg- en/of kleinkinderen, die gebruik maken van één (bedrijfs- of tussen)woning, woonhuis of een woning in een woongebouw’.
Het gaat hier om een strakke definitie van huishouden. De definitie biedt weinig ruimte voor afweging, maar die keuze is bewust gemaakt om duidelijkheid te kunnen bieden bij de handhaving van de definitie.
Doel van deze beleidsnota
In het paraplubestemmingsplan wordt bepaald dat woningen uitsluitend door één huishouden mogen worden bewoond. En omdat een huishouden is gedefinieerd overeenkomstig de hiervoor weergegeven omschrijving, zijn daarmee uitsluitend ‘traditionele’ huishoudens toegestaan. Tegelijkertijd staat in datzelfde bestemmingsplan dat hiervan mag worden afgeweken, zodat ook andere minder traditionele huishoudens kunnen worden toegestaan.
Deze beleidsnota is opgesteld om in samenhang met de toepassing van het paraplubestemmingsplan ‘Wonen in Smallingerland’ ruimte te bieden om van het strakke begrip ‘huishouden’ te kunnen afwijken. Door middel van het voorliggende beleid wordt de nodige ruimte voor afweging gecreëerd, zodat ook minder traditionele vormen van een huishouden tot de mogelijkheden behoren. Voor de minder traditionele vormen van een huishouden wordt een maatwerkafweging gemaakt.
Deze beleidsnota gaat alleen in op een bredere toepasbaarheid van het begrip ‘huishouden’ en biedt uitdrukkelijk geen grondslag voor bijvoorbeeld extra bouwrechten. Ook ontstaat er door de toepassing van het beleid geen (recht op) een extra woning ten opzichte van het aantal woningen wat op de betreffende locatie is toegestaan. De beleidsnota geeft geen handvatten voor het sturen van woningsplitsing op plaatsen waar dat mogelijk wel zou kunnen.
Inkadering
Bij het opstellen van deze nota is rekening gehouden met de gerechtelijke uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (hierna: de Afdeling) over het begrip ‘huishouden’. Het gaat hier om uitspraken in zaken waarbij sprake was van bestemmingsplannen waarin een definitie van ‘huishouden’ ontbrak. Er is in deze jurisprudentie een algemene redeneerlijn over de invulling van het begrip ‘huishouden’ ontstaan, het algemene afwegingskader. Maar er is ook jurisprudentie per concrete situatie beschikbaar, zoals bijvoorbeeld voor de huisvesting van buitenlandse werknemers.
Deze beleidsnota geeft in het verlengde van die jurisprudentie ruimte voor een afweging in algemene zin, maar geeft ook aanvullende voorwaarden op die algemene afweging. De aanvullende voorwaarden zijn van toepassing op de volgende specifieke en met enige regelmaat voorkomende situaties:
huisvesting van buitenlandse werknemers;
huisvesting van studenten;
huisvesting in het kader van mantelzorg;
het kangoeroewonen.
Er zijn natuurlijk ook andere specifieke situaties denkbaar, maar daarvoor geldt in deze nota alleen het algemene afwegingskader.
Voor zowel het algemene als het specifieke afwegingskader geldt dat de genoemde criteria niet uitputtend zijn, maar juist ook nog ruimte bieden voor interpretatie. Deze interpretatie vindt plaats door middel van de geformuleerde hoofddoelen, die altijd betrokken moeten worden bij de maatwerkafweging. Op deze wijze blijft het beleid actueel, is het beleid flexibel en kan worden ingesprongen op nu nog niet voorziene situaties en/of ontwikkeling in de jurisprudentie.