Naar hoofdinhoud
Algemeen beleidsmatig afwegingskader ‘huishouden’ Zoals gezegd gelden er twee hoofddoelen bij de afweging of een ander type huishouden kan worden toegestaan dan het traditionele huishouden: De uitkomst van de afweging moet voldoende houvast bieden voor handhaving. Overlast op de omgeving moet worden voorkomen. Om de hoofddoelen te waarborgen zal per geval een afweging gemaakt moeten worden, juist omdat er veelal sprake zal zijn van maatwerk. Belangrijk is dan ook dat bij elke maatwerkafweging steeds de hoofddoelen worden betrokken als zijnde het eindresultaat van de afweging. Het algemene afwegingskader voor de uitleg van het begrip ‘huishouden’ in dit beleid sluit aan op de vaste jurisprudentie van de Afdeling. Op basis daarvan wordt de volgende definitie van huishouden gehanteerd: ‘het vaststellen van een vast verband tussen bewoners én de continuïteit en onderlinge verbondenheid tussen hen’. Het is duidelijk dat de definitie van de Afdeling meer ruimte biedt dan het strakke begrip ‘huishouden’ dat aan de geldende bestemmingsplannen via het paraplubestemmingsplan ‘Wonen in Smallingerland’ is toegevoegd. Er is dan ook aansluiting gezocht bij de criteria zoals de Afdeling die toepast: het vaststellen van een vast verband tussen bewoners en de continuïteit en onderlinge verbondenheid tussen hen. Bij de beoordeling van de specifieke situaties worden de onderstaande algemene afwegingscriteria betrokken: Er wordt (voor de lange duur) een gemeenschappelijke huishouding gevoerd. Er wordt voor onbepaalde tijd samengeleefd. Er is sprake van gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer. Er is sprake van een affectieve of familiaire band met elkaar. Er is sprake van een vaste woonplaats1‘hoofdverblijf’: het adres waarop iemand ingeschreven staat, opgenomen in de gemeentelijke Basisregistratie personen. door iedereen op het opgegeven adres . Personen worden niet door een instelling geplaatst. Specifieke beleidsmatig afwegingskader voor concrete situaties Voorop gesteld wordt dat ook bij het hierna weergegeven specifieke afwegingskader de hoofddoelen betrokken moeten worden: De uitkomst van de afweging dient voldoende houvast voor handhaving te bieden. Overlast op de omgeving dient voorkomen te worden. Daarnaast kan ook het algemeen afwegingskader betrokken worden bij de afweging. Voor een aantal situaties gelden gerichte criteria voor het afwijken van het begrip ‘huishouden’ zoals dat is beschreven in de geldende bestemmingsplannen. Deze criteria zijn een nadere invulling van de eerder beschreven jurisprudentie. Het gaat hierbij om de concrete situaties: a. Huisvesting van buitenlandse werknemers. Huisvesting van studenten. Huisvesting in het kader van mantelzorg. Huisvesting in het kader van kangoeroewonen. Ad a Huisvesting van buitenlandse werknemers Buitenlandse werknemers hoeven zich niet in te schrijven in de gemeentelijke basisregistratie. Dat is pas verplicht wanneer ze vier maanden of langer in de gemeente verblijven. Hierdoor is het lastig vast te stellen hoeveel buitenlandse werknemers in een woning wonen. Waar het gaat om buitenlandse werknemers is het goed om heldere voorwaarden te stellen waaraan voldaan moet worden. Als uitgangspunt wordt het oorspronkelijke hoofdgebouw genomen. Dit is het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd. De voorwaarden die in elk geval bij de afweging betrokken moeten worden, zijn: Er zijn niet meer buitenlandse werknemers toegestaan dan het aantal slaapkamers dat in het oorspronkelijke hoofdgebouw aanwezig is; In afwijking van het gestelde onder 1 mag een koppel dat door een huwelijksovereenkomst of samenlevingscontract kan tonen dat ze een stel zijn, gezamenlijk één slaapkamer gebruiken; Niet meer dan 5% van het aantal woningen in een straat met dezelfde straatnaam komt in aanmerking voor de huisvesting van buitenlandse werknemers; De woonruimte moet voldoen aan de regels genoemd in het Bouwbesluit 2012 dan wel diens rechtsopvolger. Ad b Huisvesting van studenten In de toekomst wil de gemeente Smallingerland dat Drachten zich richt op de huisvesting van studenten. Daarbij hoort de mogelijkheid om, onder voorwaarden, kamers te verhuren. De voorwaarden die in elk geval bij de afweging betrokken moeten worden zijn: In het centrumgebied van Drachten, dat de voorkeur heeft voor wonen door studenten, kan wonen binnen de bestemming Centrum en Kantoren op de verdieping worden toegelaten. Binnen het centrumgebied kan wonen ook op de begane grond binnen de bestemming Wonen worden toegelaten. In woonbuurten buiten het centrum van Drachten en ook in andere plaatsen dan Drachten geldt in tegenstelling tot het centrumgebied aanvullend dat niet meer dan 5% van het aantal woningen in een straat met dezelfde straatnaam in aanmerking komt voor de huisvesting van studenten; Er zijn niet meer studenten toegestaan dan het aantal slaapkamers dat in het oorspronkelijke hoofdgebouw aanwezig was;. De woonruimte moet voldoen aan de regels genoemd in het Bouwbesluit 2012 dan wel diens rechtsopvolger. Ad c Huisvesting in het kader van mantelzorg Voor mantelzorgwonen is al veel wettelijk geregeld, waardoor mantelzorgwonen in sommige gevallen vergunningsvrij is. In deze beleidsnota gaat het om die situaties die ingevolge bijlage II van het Besluit omgevingsrecht niet vergunningsvrij zijn toegestaan. Bij de huisvesting in het kader van de mantelzorg staat het element ‘zorg’ centraal. Onder mantelzorg wordt verstaan: ‘intensieve zorg of ondersteuning die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond’. De behoefde aan mantelzorg blijkt dus altijd uit de afgegeven verklaring. Voor het mantelzorgwonen geldt geen leeftijdgrens. De voorwaarden die gelden voor het mantelzorgwonen zijn: De mantelzorgwoning mag bewoond worden door maximaal twee personen, van wie minstens één persoon mantelzorg ontvangt of verleent; Het wonen in een aan- of bijgebouw is toegestaan mits het aantal vierkante meters voor bijgebouwen niet wordt overschreden; Er is geen sprake van een nieuw adres; Er moet sprake zijn van enige sociale binding; Als de mantelzorgrelatie eindigt, mag het bouwwerk niet langer gebruikt worden als woning. De woning hoeft niet te worden afgebroken, maar de keuken en badkamer (indien aanwezig) moeten worden verwijderd. De woonruimte moet voldoen aan de regels genoemd in het Bouwbesluit 2012 dan wel diens rechtsopvolger. Ad d Huisvesting in het kader van kangoeroewonen Bij kangoeroewonen gaat het meer om bijzondere woonvormen, dus een alternatieve invulling van het begrip ‘huishouden’ in een oorspronkelijk hoofdgebouw. Een daarvan is ook het mogen inwonen bij kinderen, overige familie of bij een relatie waar geen sprake is van een familieband. In het laatste geval kan gedacht worden aan het inwonen bij goede vrienden (sociale relatie). In deze gevallen hoeft zorg nog niet nodig te zijn maar is er alleen een sociale behoefte. Voor het kangoeroewonen geldt geen leeftijdgrens. Dit is logisch omdat er bij alle leeftijden een (sociale) behoefte kan bestaan. Het kangoeroewonen wordt beschouwd als één huishouden in het oorspronkelijke hoofdgebouw. Er is dan ook één woning toegestaan. De voorwaarden die gelden voor kangoeroewonen: Er is sprake van een ondergeschikte één of tweepersoonswoning die een in- of aangebouwd deel uit maakt van een woning of ondergebracht is in een bijgebouw behorende bij de woning; Het wonen in een aan- of bijgebouw is toegestaan mits het aantal vierkante meters voor bijgebouwen niet wordt overschreden; Er is geen sprake van een nieuw adres; Er moet sprake zijn van enige sociale binding; De woonruimte moet voldoen aan de regels in het Bouwbesluit 2012 dan wel diens rechtsopvolger.

Rechtspraak bij dit artikel