Een vergunning voor een vaste standplaats wordt voor maximaal vijf jaren verleend, met een proefperiode van twee maanden.
Bij de in lid 1 bedoelde duur wordt uitgegaan van kalenderjaren. Wanneer vergunning wordt aangevraagd lopende een kalenderjaar, eindigt de loopduur van de vergunning op 31 december van het vierde kalenderjaar na het jaar van verlening.
Voor een vergunning die na de proefperiode, tussentijds wordt opgezegd, geldt een opzegtermijn van drie maanden. Gedurende die periode van drie maanden dient de standplaats onverminderd ingenomen te worden en dienen de hiervoor verschuldigde kosten betaald te worden.
Afdeling 2
Artikel 4