Voor de uitoefening van de financieringsfunctie biedt het college de raad een Treasurystatuut aan. De raad stelt de Treasurystatuut vast. In dit statuut zijn regels gesteld over:
het aantrekken en uitzetten van gelden;
het beheersen van de risico’s die verbonden zijn aan de financieringsfuncties;
het verstrekken en aangaan van leningen, garanties en financiële participaties.
Hoofdstuk 3.
Artikel 15.