Naar hoofdinhoud
1.. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma, alsmede de overhead, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen, de post onvoorzien en de raming voor de vennootschapsbelasting. 2.. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden per investering bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de begroting geautoriseerd. 3.. De raad autoriseert de investeringskredieten voor de totale looptijd van de investering. De investeringskredieten zijn daarmee niet jaargebonden. Restantkredieten worden bij de jaarstukken automatisch doorgeschoven naar het volgende begrotingsjaar. Hierbij wordt wel getoetst naar het nut en de noodzaak ervan. Het college beoordeelt jaarlijks de voortgang van het investeringskrediet, de omvang van het investeringskrediet en de noodzaak ervan. Bij de jaarrekening wordt de raad geïnformeerd over de stand van zaken (o.a. benutting) van de investeringskredieten. 4.. In het kader van een soepele voortgang in de bedrijfsvoering en/of besluitvormingstraject is het college bevoegd vooraf te beslissen en autoriseert de raad achteraf middels de tussentijdse rapportages en/of de jaarstukken: incidentele budgetten en structurele budgetten die passen binnen de structurele begrotingsruimte en die niet in de begroting zijn opgenomen, bijvoorbeeld voor de aan en verkoop van goederen en diensten, met een maximum overschrijding van € 50.000,- ; op bestaande investeringskredieten tot € 500.000,- is een overschrijding van maximaal € 50.000,- toegestaan; voor bestaande investeringskredieten groter dan € 500.000,- is een overschrijding toegestaan van maximaal 10% van het investeringskrediet doch niet meer dan € 250.000,-. het doen van nieuwe investeringen die niet in de begroting zijn opgenomen tot een maximum van € 250.000,- (per investering) mits de bij de nieuwe investering behorende kapitaallasten passen binnen de structurele begrotingsruimte. Verschuivingen tussen soortgelijke investeringskredieten binnen eenzelfde programma indien de wijziging budgettair neutraal verloopt en de doelstellingen en prestaties worden geleverd die vooraf door de raad zijn vastgelegd. Budgetten die niet in de begroting zijn opgenomen, welke worden gedekt door direct gerelateerde inkomsten met een specifiek bestedingsdoel. 5.. Het college informeert de raad, met in achtneming van het bepaalde in lid 4, indien zij voorziet dat de lasten van een geautoriseerd programmabudget of investeringsbudget dreigt te worden overschreden of dat de baten worden onderschreden. Het college voegt hierbij een voorstel voor wijziging van de geautoriseerde programmabudget of investeringsbudget of een voorstel voor bijstelling van het beleid. 6.. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 6, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. 7.. Bij investeringen groter dan € 2.500.000,- informeert het college de raad in het voorstel over het (meerjarig) effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel