Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Aanbod schuldhulpverlening

Onderdeel van Beleidsregels Schuldhulpverlening 2021

1.. Het college verleent aan aanvrager schuldhulpverlening indien het college schuldhulpverlening noodzakelijk acht. Indien de noodzaak niet aanwezig wordt geacht door het college, kan een aanvraag worden geweigerd. 2.. De beschikking tot schuldhulpverlening of de afwijzing ervan, bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, wordt genomen binnen een termijn van maximaal 8 weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van die wet, heeft plaatsgevonden 3.. De vorm waarin de gemeente schuldhulpverlening aanbiedt, is van meerdere factoren afhankelijk en kan dus per situatie verschillen. Hierbij wordt per cliënt gekeken naar de persoonlijke situatie en specifieke omstandigheden van het geval. 4.. Wanneer het college een product wil aanbieden dat geleverd wordt, worden zowel college als aanvrager ten aanzien van dit product gehouden aan het beleid van de kredietbank en de gedragscodes van de brancheorganisatie NVKK waaraan de kredietbank zich conformeert. 5.. Tijdens de uitvoering van een schuldregeling wordt de financiële draagkrachtruimte voor de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand op nihil gesteld, mits de aanvrager zich houdt aan de bepalingen uit artikel 4 en er geen andere belemmeringen zijn. 6.. Tijdens de uitvoering van bewindvoering in de vorm van schuldenbewind wordt de financiële draagkrachtruimte voor de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand op nihil gesteld. De nihilstelling in het kader van schuldenbewind is voor tenminste 3 maanden en kan eenma-lig met eenzelfde periode worden verlengd. De nihilstelling volgt alleen mits de aanvrager zich houdt aan de bepalingen uit artikel 4 en er geen andere belemmeringen zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel