Naar hoofdinhoud
1.. Het is eenieder verboden te laden of te lossen op een schip dat op ondeugdelijke wijze is afgemeerd. 2.. De schipper of kapitein is verplicht er voor te zorgen dat zijn vaartuig zolang het een ligplaats inneemt, behoorlijk is vastgemaakt, dit ter beoordeling van de havenmeester. 3.. Het vastmaken mag niet anders geschieden dan aan de daartoe bestemde palen, bolders, dukdalven, spudpalen of aan vaartuigen welke aan zodanige voorwerpen zijn vastgemaakt. 4.. De schipper of kapitein dient te gedogen dat een ander vaartuig langszij zijn vaartuig gemeerd wordt. De schipper of kapitein van een vaartuig dat langszij is gemeerd van een ander vaartuig, is verplicht: het andere vaartuig, indien de schipper of kapitein daarvan dit wenst, overpad te verlenen en om gelegenheid te geven te ontmeren en te vertrekken; op aanwijzingen van de havenmeester zijn plaats in te ruimen voor een ander vaartuig, dat de ligplaats langszij het andere vaartuig nodig heeft. 5.. Het genoemde in lid 4 is niet van toepassing voor vaartuigen waaraan herstelwerkzaamheden, nieuwbouw of afbouw wordt gepleegd door een van de bedrijven gelegen aan de havens zoals bedoeld in artikel 1.2

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel