21.1 Hoofdfunctieomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
bestaande woningen in de vorm van vrijstaande, twee-onder-een-kap of aaneengebouwde woningen, zoals bestaand;
ingeval van een aanduiding 'aaneengebouwd', 'twee-aaneen' of 'vrijstaand', mag uitsluitend sprake zijn van een aaneengebouwde, twee-aaneen, respectievelijk vrijstaande woning;
een gesplitste woning, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gesplitst';
een recreatiewoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning';
een bed & breakfast-accommodatie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bed & breakfast' voor zover niet vallend onder de bepaling in 21.5.1 als aan huis gebonden bedrijf;
het hobbymatig houden van dieren en telen van gewassen;
aan huis gebonden beroepen en bedrijven in of bij de woning;
tuinen, erven en (verplichte) erfontsluitingswegen voor woningen;
waterpartijen, waterlopen, waterbergingen en waterinfiltratievoorzieningen;
en bij de hoofdfunctie behorende bouwwerken en voorzieningen.
21.2 Bouwregels
21.2.1 Algemeen
Op de in lid 21.1 bedoelde gronden mogen alleen bouwwerken ten dienste van de hoofdfunctie 'Wonen' worden gebouwd, met dien verstande dat:
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – bebouwing uitgesloten' geen bouwwerken zijn toegestaan. De als zodanig aangeduide grond dient niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II, behorende bij het Besluit omgevingsrecht;
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - woning uitgesloten' geen woning is toegestaan.
21.2.2 Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de navolgende regels:
bij aanwezigheid van een bouwvlak is realisatie van een woning alleen toegestaan binnen dit bouwvlak;
per hoofdfunctievlak is maximaal 1 woning toegestaan, tenzij anders is bepaald of aangeduid;
als de figuur 'gevellijn' is opgenomen, moet de voorgevel van de woning in die gevellijn, of tot op maximaal 1 m achter de gevellijn, gesitueerd worden;
de inhoud van een woning mag maximaal 750 m3 bedragen;
in afwijking van het bepaalde onder d mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gesplitst', de inhoud van een woning maximaal 375 m3 bedragen;
in afwijking van het bepaalde onder d mag, ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume (m3)', de inhoud van de woning of in voorkomende gevallen de inhoud van de aaneengebouwde woningen gezamenlijk niet meer bedragen dan de aangegeven inhoud;
in afwijking van het bepaalde onder d mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - inhoud als bestaande woning' de inhoud van het hoofdgebouw niet meer bedragen dan de bestaande inhoud;
de goothoogte mag maximaal 4,5 m bedragen;
de bouwhoogte mag maximaal 10 m bedragen;
in afwijking van het bepaalde onder i en j mag, ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' de goot- en bouwhoogte niet meer bedragen dan de aangegeven hoogte;
ter plaatse van de aanduiding 'minimum goothoogte (m), maximum goothoogte (m)' mag de minimum goothoogte niet minder bedragen dan de aangegeven hoogte en mag in afwijking van het bepaalde onder i de maximum goothoogte niet meer bedragen dan de aangegeven hoogte;
herbouw van een bestaande woning is slechts toegestaan op dezelfde plaats.
21.2.3 Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een woning gelden de navolgende regels:
de gezamenlijke oppervlakte mag maximaal 100 m² per woning bedragen, met dien verstande dat niet meer dan 50 % van het hoofdfunctievlak mag worden bebouwd;
in afwijking van het bepaalde onder a. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte bijgebouwen' de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken niet meer bedragen dat de aangegeven oppervlakte;
in afwijking van het bepaalde onder a. mogen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - inpandige bijgebouwen' bijbehorende bouwwerken alleen in het hoofdgebouw gerealiseerd worden, waarbij:
de oppervlakte per bouwlaag gemeten moet worden voor het bepalen van de gezamenlijke oppervlakte als bedoeld onder a of b;
de inhoud van bijbehorende bouwwerken niet meetelt bij de maximale toegestane inhoud van de woning zoals opgenomen in lid 21.2.2 sub d, e, f en g;
in afwijking van het bepaalde onder a. mag, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gesplitst ', de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken maximaal 50 m2 per woning bedragen;
in afwijking van het bepaalde onder a. mag de gezamenlijke oppervlakte maximaal 150 m2 per woning bedragen, als de grondoppervlakte bij een woning meer dan 1 hectare is; voor woningen met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gesplitst ' geldt in dat geval een oppervlaktenorm van 75 m2;
bijbehorende bouwwerken, niet zijnde inpandige bijbehorende bouwwerken, mogen alleen vanaf 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning worden gebouwd;
de goothoogte mag maximaal 3 m bedragen; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - inpandige bijgebouwen mag de maximale goothoogte gelijk zijn aan de goothoogte van de woning;
de bouwhoogte mag maximaal 6 m bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - inpandige bijgebouwen de maximale bouwhoogte gelijk mag zijn aan de bouwhoogte van de woning;
voor zover sprake is van de aanduiding 'bijgebouwen' binnen het hoofdfunctievlak, mogen de bijbehorende bouwwerken alleen binnen het vlak met deze aanduiding worden gerealiseerd.
21.2.4 Recreatiewoning en bed & breakfast-accommodatie
Voor het bouwen van een recreatiewoning en een bed & breakfast-accommodatie gelden de navolgende regels:
de oppervlakte mag niet meer bedragen dan het bestaande bebouwde oppervlakte;
de oppervlakte van een recreatiewoning telt mee met de berekening van de in 21.2.3 genoemde oppervlakten;
de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande hoogten.
21.2.5 Erkers en toegangspartijen
In afwijking van het bepaalde in lid 21.2.3 sub f mogen aan het hoofdgebouw bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers en toegangspartijen worden gebouwd, onder voorwaarden dat:
de bouwhoogte maximaal 3 m mag bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte niet hoger mag worden dan de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van de woning, vermeerderd met 30 cm;
de breedte maximaal 50 % van de breedte van de voorgevel van de woning mag bedragen;
de diepte maximaal 1,50 m mag bedragen.
21.2.6 Overkappingen
In afwijking van het bepaalde in lid 21.2.3 sub f mogen bijbehorende bouwwerken in de vorm van overkappingen worden gebouwd, onder voorwaarden dat:
de goothoogte maximaal 3 m mag bedragen, uitgezonderd:
als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm;
als wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, geldt als maximum de goothoogte van dat bouwwerk;
de bouwhoogte maximaal 3,5 m mag bedragen, als wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, geldt een bouwhoogte die maximaal 50 cm hoger is dan de goothoogte van dat bijbehorend bouwwerk;
de overkapping maximaal aan drie zijden gesloten is met wanden van een bestaand gebouw of een bestaand ander bouwwerk, zoals een erfafscheiding;
in lid 21.2.3 opgenomen oppervlaktenorm en bebouwingspercentage onverminderd van kracht blijven.
21.2.7 Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de navolgende regels:
de bouwhoogte mag maximaal 1 m bedragen;
in afwijking van het bepaalde in sub a, mag de bouwhoogte van
erf- en terreinafscheidingen op ten minste 1 m achter de voorgevel, maximaal 2 m bedragen;
in afwijking van het bepaalde onder 1 mag de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen, indien bij een woning de figuur 'gevellijn' is opgenomen, 2 m bedragen op ten minste 1 m achter (het verlengde van) de in de gevellijn gesitueerde gevel van de woning;
speeltoestellen en tuinmeubilair maximaal 3,5 m bedragen;
verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 6 m bedragen;
antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen.
21.3 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 21.2, op gronden met de hoofdfunctie 'Wonen' nadere eisen stellen met betrekking tot:
dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken;
de goot- en bouwhoogte van bouwwerken;
de afmetingen van bouwwerken;
het aantal en de situering van bouwwerken;
het aantal en de situering van parkeerplaatsen op eigen terrein;
onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan en met dien verstande dat, bij de aanduiding 'cultuurhistorie' uitdrukkelijk rekening moet worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en een advies moeten worden ingewonnen bij een stedenbouwkundig - cultuurhistorisch deskundige.
21.4 Afwijken van de bouwregels
Naast de hieronder opgenomen afwijkingen, zijn ook de afwijkingen in artikel 46.2.2, 46.2.3 en 46.2.4 van toepassing.
21.4.1 Bouwhoogte overkapping
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2.6 sub b tot een bouwhoogte van maximaal 6 m, als de stedenbouwkundige situatie ter plaatste zich er voor leent.
21.4.2 Bouwen voor de voorgevel
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2.3 sub f voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken vóór de voorgevel of op minder dan 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel. Dit onder de voorwaarde dat dit noodzakelijk is ten behoeve van de bescherming van het aanwezige monument of de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, aangeduid als 'cultuurhistorische waarden' of 'cultuurhistorie' en gebaseerd is op het advies van de stedenbouwkundig - cultuurhistorisch deskundige.
21.4.3 Bijbehorende bouwwerken bij 'VAB-woningen'
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2.3 sub b voor het uitbreiden van bestaande of bouwen van bijbehorende bouwwerken tot maximaal 100 m2. Dit onder de voorwaarde dat voor elke m2 te realiseren bijbehorend bouwwerk 2 m2 (voormalig) agrarische bebouwing gesloopt wordt.
21.4.4 Saneringsregeling bijbehorende bouwwerken
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2.3 voor het bouwen van een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken in ruil voor de sloop van bestaande bijbehorende bouwwerken. Dit onder de voorwaarde, dat de gezamenlijke oppervlakte van de nieuw te bouwen bijbehorende bouwwerken niet meer is dan 50% van de oppervlakte van de te saneren bouwwerken, met een maximum van 200 m2.
21.4.5 Bouwwerk op erf monument
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2.1 sub a voor het realiseren van één vergunningplichtig bouwwerk, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - één bouwwerk toegestaan' en onder voorwaarden dat:
de oppervlakte maximaal 30 m2 bedraagt;
de goothoogte maximaal 3 m bedraagt;
de bouwhoogte maximaal 6 m bedraagt;
de oppervlakte van dit bouwwerk in mindering wordt gebracht op de toegestane gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken van 100 m2 per woning (lid 21.2.3 onder a);
vooraf een advies van een monumentendeskundige van de commissie welstand en monumenten wordt ingewonnen;
het bouwwerk als volgt wordt gerealiseerd:
het bouwwerk moet een traditionele vormgeving hebben (zadeldak of kapschuurmodel);
het bouwwerk moet in traditionele materiaal worden uitgevoerd, bijvoorbeeld oranje keramische pannen en houten gevelbekleding (donker hout, potdekselwerk);
het erfgedeelte van het woonperceel Gaanderenseweg 381, voorzien van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwing uitgesloten', mag na de realisatie van het bouwwerk maximaal 10% verhard zijn, bij voorkeur met grasbeton tegels of vergelijkbare halfverharding,
een en ander zoals beschreven in het als bijlage bij de gebiedsregels gevoegd advies van het Gelders Genootschap van 5 april 2019, referentie 2019-022-ww, (bijlage Bijlage 41 Advies GELDERS genootschap Gaanderenseweg 381 - 2019 van de regels).
21.4.6 Aangebouwde of vrijstaande bijbehorende bouwwerken
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2.3 sub c voor de realisatie van één of meer aangebouwde of vrijstaande bijbehorend bouwwerken onder de voorwaarden dat:
de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken (in- en uitpandig) maximaal 100 m2 per woning mag bedragen, met dien verstande dat niet meer dan 50% van het hoofdfunctievlak mag worden bebouwd;
de bijbehorende bouwwerken uitsluitend vanaf 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning mogen worden gebouwd;
de goothoogte van de bouwwerken maximaal 3 m mag bedragen; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm;
de bouwhoogte maximaal 6 m mag bedragen;
er wordt voldaan aan het ‘boerenerfprincipe’, zoals beschreven in en overeenkomstig bijlage 5 Ruimtelijke richtlijnen VAB;
vooraf advies wordt ingewonnen bij een stedenbouwkundige.
21.4.7 Herbouw woning op een andere plek
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2.2 onder l en toestaan dat een woning op een andere dan de bestaande plek binnen het hoofdfunctievlak wordt gebouwd, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
de herbouw moet plaatsvinden binnen het hoofdfunctievlak;
er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden en waarden van aangrenzende gronden, alsmede de belangen van derden mogen niet onevenredig worden aangetast;
de geluidbelasting van het industrielawaai, wegverkeer en/of railverkeer op de gevels van de nieuwe woning is niet hoger dan de voorkeurswaarde in het kader van de Wet geluidhinder;
de ruimtelijke uitwerking van het plan moet aanvaardbaar zijn;
de overige bouwregels blijven onverminderd gelden.
21.5 Specifieke gebruiksregels
21.5.1 Aan huis gebonden bedrijven en/of beroepen
Een als zodanig bestemde woning, inclusief eventueel aanwezige bijbehorende bouwwerken, mag mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf of beroep of een escortbedrijf, onder de voorwaarden dat:
het medegebruik van ondergeschikte betekenis is en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft;
voor het aan huis gebonden bedrijf of beroep mag niet meer dan 40 % van de som van de vloeroppervlakte van de woning én de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken, worden gebruikt, waarbij de vloeroppervlakte van de bijbehorende bouwwerken maximaal 100 m2 mag zijn in deze som;
het medegebruik van aangebouwde bijbehorende bouwwerken zodanig beperkt blijft dat de afstand tussen de als zodanig gebruikte ruimte en de achterste bouwperceelsgrens ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - aangebouwd en inpandig' minimaal 8 m bedraagt;
de woning moet blijven voldoen aan het bepaalde in het Bouwbesluit en de bouwverordening van de gemeente Doetinchem;
degene die het aan huis gebonden bedrijf of beroep uitoefent ook de bewoner van de woning moet zijn;
alleen bedrijven of beroepen aan huis toelaatbaar zijn, die behoren tot de Lijst van aan huis gebonden beroepen en bedrijven zoals deze is opgenomen in Bijlage 7 Lijst van aan huis gebonden beroepen en bedrijven;
geen onevenredige verstoring van de voorzieningenstructuur mag plaatsvinden;
geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens:
internetverkoop (internetwinkels);
een beperkte verkoop (als ondergeschikte nevenactiviteit) van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het bedrijf of beroep aan huis;
een bedrijf geen winkeluitstraling mag hebben;
geen uitstalling van te verkopen artikelen mag plaatsvinden; geen showroom binnen of buiten;
het medegebruik geen nadelige invloed mag hebben op de verkeersafwikkeling, casu quo niet onevenredig veel extra verkeer mag worden aangetrokken;
het medegebruik geen nadelige invloed mag hebben op de parkeerbalans, casu quo primair op eigen terrein moet worden geparkeerd door gebruiker en bezoekers;
alleen onverlichte reclame-uitingen met een oppervlakte kleiner dan 0,5 m2 zijn toegestaan, waarvan de langste zijde minder dan 1 m moet bedragen;
geen sprake mag zijn van werkzaamheden, activiteiten en/of opslag in de open lucht voor de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf of beroep.
21.5.2 Parkeren
In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 11 Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.
21.5.3 Wonen in aangebouwde en inpandige bijbehorende bouwwerken
Aangebouwde bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - aangebouwd en inpandig' mogen worden gebruikt voor de uitbreiding van de woonfunctie, onder voorwaarden dat:
de afstand tussen dat bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 m bedraagt. De laatstgenoemde afstandsnorm geldt niet als een bouwvlak aanwezig is en de bouwwerken binnen dat bouwvlak liggen;
uitsluitend leden van het huishouden mogen wonen in aangebouwde bijbehorende bouwwerken;
De begane grond van inpandige bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - aangebouwd en inpandig' mogen worden gebruikt voor de uitbreiding van de woonfunctie, onder voorwaarden dat:
de afstand tussen dat bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 m bedraagt. De laatstgenoemde afstandsnorm geldt niet als een bouwvlak aanwezig is en de bouwwerken binnen dat bouwvlak liggen;
uitsluitend leden van het huishouden mogen wonen in aangebouwde bijbehorende bouwwerken.
21.5.4 Voorwaardelijke verplichting Gaanderenseweg 381 Doetinchem
De nieuwe woning ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 1' mag slechts worden gerealiseerd onder de volgende voorwaarden:
een eenheid vormen met het bestaande cultuurhistorisch waardevolle ensemble (voormalige boerderij en schuur);
verwant zijn aan de bestaande monumentale schuur, zadeldak en eenvoudige kap;
aansluiten bij het gebouwtype agrarische schuur;
een kleinschalig karakter hebben en een eenvoudige uitstraling;
in of nabij de nieuwe woning moeten op twee verschillende windrichtingen minimaal twee verblijfplaatsen voor vleermuizen worden gerealiseerd en in stand gehouden in de vorm van:
ruimten achter betimmering of in de spouwmuur van de nieuwe woning of,
vleermuiskasten aan bomen of op palen in de groenvoorziening op het erf van de nieuwe woning.
een en ander zoals weergegeven in bijlage 53 Ruimtelijke onderbouwing Gaanderenseweg 381 van de regels (ruimtelijke onderbouwing Gaanderenseweg 381 van 17 januari 2018) en bijlage 54 Notitie Verblijfsplaats Vleermuizen Gaanderenseweg 381 (de notitie Verblijfplaatsen Vleermuizen Gaanderenseweg 381 van 24 april 2019) is weergegeven.
21.5.5 Gebruik twee chalets voor recreatieve bewoning (uitsterfregeling)
Uitsluitend ter plaatste van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – chalets uitsterfregeling' kunnen de twee bestaande en als zodanig aangeduide chalets worden gebruikt voor recreatieve bewoning.
Het recht als bedoeld in lid a vervalt indien en zodra de chalets (gezamenlijk of afzonderlijk) een jaar lang onafgebroken niet zijn gebruikt voor recreatieve bewoning.
21.5.6 Gebruik twee chalets voor permanente bewoning (persoonsgebonden overgangsrecht)
Uitsluitend ter plaatste van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – chalets overgangsrecht' kunnen de twee bestaande, aaneengebouwde en als zodanig aangeduide chalets worden gebruikt voor permanente bewoning.
Het recht als bedoeld in lid a is persoonsgebonden en uitsluitend toegekend aan de persoon, die staat vermeld in bijlage 35 Persoonsgebonden overgangsrecht. Het recht vervalt zodra deze persoon verhuist of overlijdt, dan wel de permanente bewoning voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken.
21.6 Afwijken van de gebruiksregels
Naast de hieronder genoemde afwijkingsmogelijkheid, zijn ook de afwijkingsmogelijkheden in artikel 46.3 zijn van toepassing.
21.6.1 Wonen en aan huis gebonden beroep en/of bedrijf in aangebouwde bijbehorende bouwwerken
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.5.1 onder c en lid 21.5.3 ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – aangebouwd en inpandig’ voor de het gebruik van een aangebouwd bijbehorende bouwwerk voor een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf dan wel de uitbreiding van de woonfunctie tot een afstand tot minimaal 3 m tussen het bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens, onder de voorwaarden dat:
het bouwperceel aan de achterzijde en ter hoogte van het (geplande) bijbehorend bouwwerk grenst aan (openbaar) gebied waarop een groen-, natuur-, water-, verkeers- of daarmee vergelijkbare hoofdfunctie rust;
de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is;
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en eventuele bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.
21.7 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
21.7.1 Verbod
Het is verboden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' of 'cultuurhistorie', voortvloeiend uit bijlage 14 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - onderzoeksrapport en 15 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Doetinchem, 16 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Gaanderen of 17 Inventarisatie cultuurhistorische waarden - bebouwing Wehl , zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen.
21.7.2 Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in 21.7.1 is niet van toepassing op:
werkzaamheden die:
al in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van de verordening;
het normale onderhoud betreffen;
mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende vergunning of aanschrijving van bevoegd gezag;
gebouwen die als gevolg van een calamiteit verloren zijn gegaan;
gebouwen voorzien van de aanduiding 'cultuurhistorie' waarbij uit het onderzoek, dat aanleiding was voor het opnemen van de aanduiding, blijkt dat het betreffende bouwwerk geen cultuurhistorische waarde heeft;
bouwwerken waarvoor op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geen omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist (vergunningvrije bouwwerken).
21.7.3 Beoordelingscriteria
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 21.7.1 wordt slechts verleend als:
de bestaande architectonische, cultuurhistorische en beeldbepalende kwaliteit niet worden aangetast;
op basis van technische en economische overwegingen de instandhouding van het bouwwerk redelijkerwijs niet kan worden verlangd;
als het bevoegd gezag voornemens is om de omgevingsvergunning te verlenen op basis van het gestelde in sub a, wordt een stedenbouwkundig - cultuurhistorisch deskundige om advies gevraagd.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 21.7.1 wordt, als sprake is van de aanduiding 'cultuurhistorie', slechts verleend als ook:
de karakteristieke aard en het beeldbepalende aanzicht van het hoofdgebouw of bijgebouw in relatie tot het cultuurhistorisch waardevolle ensemble behouden blijft;
het delen van een gebouw of bijgebouwen betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken; en waarbij door sloop daarvan de karakteristieke hoofdvorm en het beeldbepalend aanzicht van het cultuurhistorisch waardevolle ensemble behouden blijft.
Hoofdstuk
Artikel 21