Naar hoofdinhoud
1.. Aanvrager kan aanspraak maken op de tijdelijke ondersteuning indien: aanvrager te maken heeft met inkomensterugval van zijn of haar inkomen als gevolg van de coronacrisis; de inkomensterugval 25% of meer bedraagt;de vaste- en woonlasten 30% of meer bedragen van het huidige inkomen; aanvrager de noodzakelijk kosten van levensonderhoud, waaronder woonlasten, niet kan voldoen uit bestaande geldmiddelen, waarbij uitsluitend de beschikbare geldmiddelen boven van toepassing zijnde vermogensbegrenzingen als bedoeld in artikel 34, derde lid van de wet in aanmerking worden genomen; aanvrager geen aanspraak kan maken op voorliggende voorzieningen als bedoeld in de wet; aanvrager behoort tot de kring van rechthebbenden, als bedoeld in artikel 11 en 13 van de wet. 2.. De tijdelijke ondersteuning heeft betrekking op de volgende voor de aanvrager noodzakelijke algemene kosten van bestaan: kosten van huur; kosten van de hypotheek(rente) voor de woning; kosten van elektriciteit, gas en water voor de woning. zorgverzekeringen overig (deze worden per situatie beoordeeld). 3.. Uitgezonderd van tijdelijk ondersteuning is de aanvrager die reeds woonkostentoeslag van de gemeente ontvangt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel