Naar hoofdinhoud
Bij het verlenen van een tijdelijke omgevingsvergunning met de daaraan verbonden voorschriften worden de volgende voorwaarden in acht genomen: Medische indicatie en zorgrelatie: Medische indicatie vereist waaruit blijkt dat er sprake is van een voortschrijdende aandoening bij zorgvrager die binnen een termijn van 10 jaar waarschijnlijk tot mantelzorgbehoefte zal leiden. De medische indicatie dient verstrekt te worden door een (huis) arts, sociaal-medische adviseur of (andere) relevante specialist en geeft een beschrijving van de verwachte progressiviteit van de aandoening. Er moet aantoonbaar sprake zijn van een ‘duurzame sociale relatie’ tussen de potentieel mantelzorg-behoevende en potentieel mantelzorg-verlener. De toekomstige zorgverlener dient een schriftelijke verklaring aan te leveren waaruit blijkt dat mantelzorg wordt verleend zodra en zolang dat nodig is om familiare of sociale verwantschap aan te tonen. Gebouw en gebruik: De tijdelijke pré-mantelzorgwoning wordt bij voorkeur gerealiseerd in bestaande bebouwing (bijbehorend bouwwerk) of binnen de bebouwingsmogelijkheden op grond van het bestemmingsplan en/of de vergunningvrije bouwmogelijkheden die het Besluit omgevingsrecht (Bor) biedt. Ten behoeve van bebouwing in afwijking van bestaande bebouwingsmogelijkheden op grond van het bestemmingsplan en de bestaande vergunningvrije bouwmogelijkheden uit het Bor kan uitsluitend een tijdelijke omgevingsvergunning voor ten hoogste tien jaar worden verleend. Indien het niet mogelijk is de pré-mantelzorgwoning binnen de bestaande bebouwing te realiseren dan kan er een woonunit worden geplaatst. De woonunit dient demontabel of verplaatsbaar te zijn en niet op een ‘vaste’ fundering te worden geplaatst, tenzij bestaande bebouwing is gerealiseerd. Woont u in een rijksbeschermd stadsgezicht of is uw pand een monument? Dan heeft u meestal wel een omgevingsvergunning nodig voor de bouw van een mantelzorgwoning. Een woonunit wordt geplaatst binnen het achtererfgebied zoals bedoeld in het Bor van de bestaande woning van de zorgverlener. Per perceel mag maximaal één woonunit ten behoeve van pré-mantelzorg geplaatst worden. De woonunit bestaat uit maximaal één bouwlaag eventueel voorzien van een kap. De woonunit bestaat uit een nultredenwoning passend bij de zorgbehoefte op de langere termijn. De bewoners staan op het adres van de pré-mantelzorgwoning ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Als de pré-mantelzorg niet meer nodig is en de pré-mantelzorgrelatie is beëindigd, mag het bouwwerk niet meer gebruikt worden als pré-mantelzorgwoning. Het bouwwerk wordt onverwijld verwijderd of in oude staat teruggebracht en als zodanig gebruikt (als regulier bijgebouw bij de oorspronkelijke woning). Wanneer er sprake is van de overgang naar een reguliere mantelzorgsituatie, mag het bouwwerk wel worden gebruikt als mantelzorgwoning. De oppervlakte van een te plaatsen woonunit ten behoeve van pré-mantelzorg bedraagt maximaal 80 m2. Parkeren vindt uitsluitend op eigen terrein plaats, tenzij aangetoond wordt dat dit in redelijkheid niet van belanghebbende kan worden gevraagd. Hemelwater van het bouwoppervlak van de pré-mantelzorgwoning en nieuwe verharding wordt op eigen terrein opgevangen en/of geïnfiltreerd. Woningsplitsing van een pré-mantelzorgwoning of andersoortige toevoeging van zelfstandige woonruimte binnen een pré-mantelzorgwoning (bijvoorbeeld ten behoeve van verhuur) is niet toegestaan. Het sluiten van een planschade overeenkomst is een voorwaarde voor het verlenen van een tijdelijke omgevingsvergunning. De overeenkomst moet door partijen zijn aangegaan voordat de omgevingsvergunning wordt verleend. Wijzigingen van omstandigheden: Wijzigingen van omstandigheden worden door de aanvragers (mantelzorgontvanger en mantelzorgverlener) onverwijld aan de gemeente meegedeeld.

Rechtspraak bij dit artikel