Het vervoer voor leerlingen die op dislocaties/nevenvestigingen worden geplaatst waar passend onderwijs wordt gegeven dat aansluit op de levensovertuiging van de ouders en/of de beperking van het kind, wordt getoetst aan de afstandscriteria dichtstbijzijnde toegankelijke school.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.6