Naar hoofdinhoud
Deel 1 van deze Nota omvat hoofdstuk 2 tot en met 7. Deze hoofdstukken gaan over het beleid voor het toepassen en hergebruiken van grond binnen de gemeente (grondstromenbeleid). Naast de achtergronden van de regels die landelijk gelden voor het toepassen van grond en het direct verspreiden van bagger op aangrenzende percelen, wordt in deel 1 ook uitgelegd wat het gemeentelijk Gebiedsspecifieke beleid voor het grondverzet inhoudt en waarom de gemeente IJsselstein hiervoor gekozen heeft. In hoofdstuk 6 is een Handvat voor het grondverzet opgenomen (incl. PFAS). Deel 2 van deze Nota omvat hoofdstuk 8 en 9. Hoofdstuk 8 gaat over het graven in de bodem met en zonder saneringsdoel. Het belang van een goed vooronderzoek bij het graven wordt toegelicht en ook wordt aangegeven wanneer en waar een meldplicht voor het graven geldt. In dit deel wordt ook beschreven wat de visie van de gemeente is op (de aanpak van) bodemverontreinigingen. In hoofdstuk 9 wordt een kleine doorkijk gegeven naar de Omgevingswet. Er wordt aangegeven wat er voor de activiteiten graven en saneren gaat veranderen ten opzichte van de regels die nu voor deze activiteiten gelden. Deel 3 van deze Nota omvat hoofdstuk 10. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de procedures voor de vaststelling van het Gebiedsspecifieke beleid en op de communicatie en implementatie van het nieuwe beleid In de verschillende hoofdstukken zijn tabellen opgenomen waarin bodemfunctieklassen en bodemkwaliteitsklassen worden benoemd. In deze tabellen worden kleuren gebruikt om de bodemkwaliteits- of functieklasse aan duiden. De volgende kleuren worden gebruikt om de kwaliteitsklassen aan te duiden (in volgorde van beste naar minder goede kwaliteit). Tabel 1: Kleuren die gebruikt worden om de bodemkwaliteitsklasse aan te duiden 2 “Achtergrondwaarde” is de officiële term uit de Regeling bodemkwaliteit. Deze klasse wordt verder in deze Nota klasse Landbouw/Natuur genoemd, omdat dat duidelijker aangeeft bij welke bodemfunctie- klasse deze kwaliteit het beste aansluit. Grond die een slechtere kwaliteit heeft dan klasse Industrie-grond, wordt ook wel Niet toepasbare grond genoemd. De volgende kleuren worden gebruikt om de functieklassen aan te duiden (in volgorde van gevoelig naar minder gevoelig bodemgebruik): Tabel 2: Kleuren de gebruikt worden om de bodemfunctieklasse aan te duiden Alle percelen in een gemeenten worden ingedeeld in een bodemkwaliteitsklasse en in een bodemfunctieklasse. Bij elke bodemfunctie hoort een minimale eis voor de meest gewenste bodemkwaliteit. De corresponderende kleuren geven aan welke bodemkwaliteitsklasse bij welke bodemfunctieklasse past. Grond met een betere kwaliteit mag altijd worden toegepast op een perceel dat in een slechtere bodemkwaliteitsklasse valt. Bij toepassing van grond is soms de bodemkwaliteitsklasse leidend voor de toepassing en soms de bodemfunctieklasse. In paragraaf 3.1 wordt dit verder toegelicht.

Rechtspraak bij dit artikel