Definitiefase, programma van eisen
De Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) heeft in de zomer van 2019 een programma van eisen opgesteld, met specifiek aandacht voor:
het stoffenpakket (zie verder paragraaf 3.3)
welke kaartlagen worden opgesteld en door wie;
de te onderscheiden bodemtrajecten voor de ontgravings- en toepassingskaarten:
bovengrond: 0-0,5 m-mv
ondergrond: 0,5-2,0 m-mv
ouderdom en type van te gebruiken onderzoeksrapporten (zie verder bijlage 2)
kleuren van de legenda-eenheden in de kaartbijlagen (aansluitend op de kleuren die zijn gebruikt in de regio Noordwest Utrecht)
uit te zonderen gebieden / locaties (zie nota bodembeheer)
invoer van extra bodemgegevens (in principe uitgaan van de bestaande beschikbare gegevens, geen aanvullend bodemonderzoek voorzien).
Het streven is om binnen het werkgebied van ODRU zoveel mogelijk uniform beleid te hanteren. De opzet en uitgangspunten zijn daarom gebaseerd op de eerder binnen het werkgebied van ODRU opgestelde bodemkwaliteitskaart van Noordwest Utrecht (lit. 10). Redactioneel sluit voorliggende bodemkwaliteitskaart zoveel mogelijk aan bij het rapport van Noordwest Utrecht.
Onderscheidende kenmerken
Voor deze bodemkwaliteitskaart zijn op voorhand de volgende historische gegevens aangemerkt als mogelijk onderscheidende kenmerken3 Beleidsmatig is verder de ligging van waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden van belang. Deze komen niet voor in de gemeente IJsselstein.:
natuurlijke bodemopbouw (paragraaf 4.2)
bebouwingsgeschiedenis: ouderdom van wijken en bedrijfsterreinen (paragraaf 4.3)
aanwezige ophooglagen (paragraaf 4.4)
afgravingen ten behoeve van steenfabrieken (paragraaf 4.5)
gebieden die verdacht zijn vanwege bestrijdingsmiddelen (paragraaf 4.6)
uiterwaarden (paragraaf 4.7)
In deze bodemkwaliteitskaart blijkt de bebouwingsgeschiedenis het bepalende onderscheidende kenmerk voor de zone-indeling.
Dataset met analyseresultaten uit bodemonderzoeken
Deze bodemkwaliteitskaart is gebaseerd op de gegevens afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU), aangevuld met analysegegevens die zijn gebruikt bij het opstellen van de voorgaande bodemkwaliteitskaart uit 2010.
Op de dataset is een aantal controles uitgevoerd, op basis waarvan gegevens zo nodig zijn verbeterd (bijvoorbeeld evidente kommafouten).
Verder is nagegaan welke gegevens uit de dataset niet representatief zijn voor de bodemkwaliteitskaart. Sommige gegevens zijn op voorhand als niet representatief beschouwd, bijvoorbeeld analysegegevens uit saneringsplannen en saneringsevaluaties.
Bijlage 2 bevat een uitgebreidere verantwoording van de dataset waarop de bodemkwaliteitskaart is gebaseerd.
Indeling in deelgebieden, samenvoegen deelgebieden tot beperkt aantal zones
Verschillende deelgebieden met een bepaalde historie zijn eerst afzonderlijk bekeken. Afhankelijk van de beschikbare informatie zijn de deelgebieden vervolgens samengevoegd tot een beperkt aantal zones.
Leidend is hierbij de toetsing van de beschikbare informatie aan de bodemkwaliteitsklassen uit het Besluit bodemkwaliteit (Achtergrondwaarde, klasse Wonen, klasse Industrie)4 In de bodemkwaliteitskaart van IJsselstein komen geen zones voor die niet aan één van deze drie bodemkwaliteitsklassen voldoen..
Voor de bebouwingsgeschiedenis is een kaart met deelgebieden gemaakt met een uniforme legenda:
< 1940
1940 – 1960
1960 – 1980
1980 – heden
lintbebouwing
In eerste instantie zijn de vlakken overgenomen uit de eerdere bodemkwaliteitskaarten uit 2001 en 2010. Deze vlakken zijn verfijnd met behulp van een GIS-bestand van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). In dit GIS-bestand is per bouwwerk een bouwjaar opgenomen. Ook is gebruik gemaakt van topografische kaarten. Oude topografische kaarten zijn te raadplegen op www.topotijdreis.nl.
Van belang is om daarbij op te merken dat daarbij de oudste bebouwing maatgevend is (bijvoorbeeld langs de Hollandse IJssel, waar oude fabrieksterreinen plaats gemaakt hebben voor woningbouw).
Voor elk deelgebied zijn de beschikbare gegevens eerst afzonderlijk bekeken. Enerzijds zijn per deelgebied de verschillende statistische kengetallen berekend (voor zover mogelijk). Anderzijds zijn de afzonderlijke monsters getoetst aan de klasse-indeling uit het Besluit bodemkwaliteit.
Een aantal deelgebieden kan op basis van de statistische kengetallen van dat deelgebied worden ingedeeld in één van de bodemkwaliteitsklassen uit het Besluit bodemkwaliteit. Bij deelgebieden met minder waarnemingen is gekeken naar de toetsing van de afzonderlijke monsters.
Afhankelijk van de hiervoor beschreven interpretatie zijn de verschillende deelgebieden samengevoegd tot drie zones met bebouwing gekoppeld aan de klasse-indeling uit het Besluit bodemkwaliteit. Enkele deelgebieden zijn niet gezoneerd omdat geen betrouwbare uitspraak over de bodemkwaliteit van deze deelgebieden kan worden gedaan.
De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten schrijft voor, dat minimaal 3 waarnemingen beschikbaar dienen te zijn per niet-aaneengesloten deelgebied. De kaart met bebouwingsgeschiedenis bevat een aantal kleine deelgebieden waar (vrijwel) geen bodemonderzoeksgegevens beschikbaar zijn. Er is voor gekozen om deze deelgebieden toch zonder aanvullend onderzoek te zoneren.
Deze deelgebieden zijn ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse van qua historie vergelijkbare deelgebieden, waarvan wel voldoende gegevens beschikbaar zijn. Het is niet aannemelijk dat het verzamelen van 3 waarnemingen in dergelijke deelgebieden voldoende betrouwbare informatie oplevert op basis waarvan aan het deelgebied een andere classificatie zou moeten worden toegekend.
Karakterisering van de zones
Per zone zijn verschillende statistische kengetallen berekend (gemiddelde, lognormaal gemiddelde en diverse percentielwaarden) voor verschillende stoffen. Er is gekeken welke analyseresultaten niet representatief zijn voor de algemene zonekwaliteit, zodat deze gegevens als uitbijters buiten de dataset van de zoneringsberekeningen zijn gelaten (zie verder bijlage 2).
Voor het berekenen van percentielwaarden bestaan in de literatuur verschillende formules. In de Regeling bodemkwaliteit is voor de 95-percentielwaarde voorgeschreven op welke wijze deze dient te worden berekend. Deze berekeningswijze is gehanteerd voor alle percentielwaarden.
Conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten zijn de zones geclassificeerd op basis van het rekenkundig gemiddelde.
Lokale verontreinigingen
De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt expliciet, dat in de bodemkwaliteitskaart een kaartlaag moet worden opgenomen van bekende en verwachte lokale verontreinigingen. Hiervoor mag worden volstaan met een lijst gebaseerd op het LDB (Landsdekkend Beeld Bodemkwaliteit).
De informatie over verdachte en verontreinigde locaties wordt bijgehouden in het bodeminformatie- systeem van ODRU. Deze informatie is dynamisch, zodat om deze reden geen aparte lijst of kaart met deze locaties is opgenomen in de rapportage van de bodemkwaliteitskaart.
Voor de meest actuele gegevens wordt verwezen naar voornoemd bodeminformatiesysteem. Daarnaast is informatie met betrekking tot bekende verontreinigde locaties en verdachte locaties te vinden op de website www.bodemloket.nl.
Zie verder de nota bodembeheer over de omgang met verdachte locaties.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Gevolgde werkwijze bodemkwaliteitskaart IJsselstein
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein houdende regels omtrent bodemkwaliteit