De natuurlijke bodemopbouw wordt bepaald door de fysisch-geografische ontwikkeling van de regio. De fysische geografie van de gemeente IJsselstein is in kaart weergegeven in bijlage 3. Deze kaart is gebaseerd op het GIS-bestand fysisch_geografische_eenheden_v.shp, afkomstig van het geoloket van de provincie Utrecht5 Enkele legenda-eenheden uit het oorspronkelijke bestand zijn in bijlage 3 samengevoegd..
De gemeente IJsselstein ligt in het rivierengebied en de ondergrond bestaat uit een afwisseling van stroomruggen en rivierkommen.
Als achtergrondinformatie wordt hieronder eerst de geologische ontwikkeling van West Nederland tijdens het Holoceen samengevat.
Geologische ontwikkeling van West Nederland in het Holoceen
Aan het eind van de laatste IJstijd (ca. 10.000 jaar geleden) begon het jongste geologische tijdperk, het Holoceen. De kustlijn lag toen westelijker dan tegenwoordig en West Nederland was een koude toendra. Gedurende het Holoceen steeg de temperatuur op aarde en steeg de zeespiegel als gevolg van het afsmelten van de ijskappen. In het begin van het Holoceen ontstond langs de toenmalige kust een kwelzone, waar zich veen ging vormen. Deze veenlaag, het Basisveen, werd door het verder stijgende zeespiegelniveau overstroomd. Daarbij werden in West Nederland door de zee zand en klei afgezet. In het verleden werden deze afzettingen aangeduid als de Afzettingen van Calais (een nog oudere term is ‘oude zeeklei’). Tegenwoordig vallen deze onder het Laagpakket van Wormer (lit. 16).
Vanaf circa 5000 jaar geleden onstonden strandwallen, die tegenwoordig tot het Laagpakket van Schoorl worden gerekend. In eerste instantie werd een strandwal gevormd waarop nu onder andere Voorburg, Leidschendam en Voorschoten liggen. Later ontstonden in westelijke richting nieuwe strandwallen, waarop onder andere Wassenaar is gebouwd.
Achter de strandwallen ontstond een slecht ontwaterd, moerassig gebied. In dit moerassige gebied werd een veenlaag gevormd, het zogenaamde Hollandveen. Op verschillende plaatsen in west Nederland is deze veenlaag door turfwinning vanaf de middeleeuwen grotendeels verdwenen. Hierdoor ontstonden plassen, die later voor een deel weer als diepe polders zijn drooggemalen. In IJsselstein is geen veen afgegraven, maar is de veenlaag in een deel van de gemeente weggeërodeerd door de Hollandse IJssel.
In een deel van West Nederland is door de zee en de grote rivieren bovenop het Hollandveen een nieuwe laag sedimenten afgezet6 De mariene afzettingen boven het Hollandveen worden tegenwoordig aangeduid als het Laagpakket van Walcheren (oudere termen: ‘jonge zeeklei’ en Afzettingen van Duinkerke). In het rivierengebied worden alle rivierafzettingen die vroeger werden aangeduid met ‘Afzettingen van Gorcum’ en ‘Afzettingen van Tiel’ tegenwoordig gerekend tot de Formatie van Echteld..
IJsselstein
De bodemopbouw in IJsselstein wordt bepaald door de verschillende lopen en zijtakken van de Rijn.
Doordat de rivierlopen zich in dit gebied in de afgelopen 10.000 jaar periodiek verlegden bestaat de bodem uit een afwisseling van stroomruggen en rivierkommen, met als belangrijkste stroomrug die van de huidige Hollandse IJssel. Ter plaatse van de stroomruggen bestaat de bodem uit zavel en zand.
Tussen de stroomruggen liggen rivierkommen met klei en veen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2
Natuurlijke bodemopbouw
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein houdende regels omtrent bodemkwaliteit